Monday, April 25, 2011

Week 18: Uruguay

Reizen is voor een belangrijk deel nieuwsgierigheid, dus we hadden allebei zin om naar een land te gaan waar we allebei nog niet waren geweest. Oorspronkelijk was het plan om naar Punta del Diablo te gaan, maar aangezien de aanwezigheid van Skype met camera onzeker was zijn we direct naar Punta del Este doorgereden. Mama Loes werd namelijk 65 en wij zouden middels een groot scherm als verrassing online aanwezig zijn op het feest. En daar is Skype met camera voor nodig.

Punta del Esta sprak vooraf tot onze verbeelding, maar het bleek allemaal nogal teleurstellend. De skyline is die van een gemiddelde Spaanse Costa Brava plaats en na de Brazilaanse stranden vielen de grauwe stranden van Uruguay nogal tegen. Daarbij waren ook hier de kosten voor ons bescheiden budget nogal gortig. Na een aantal hostels bekeken te hebben zijn we uiteindelijk aan de hoofdstraat in een goeie kamer terecht gekomen. Ook het feit dat we die dag een groot deel van onze lieverds zouden zien maakte een hoop goed. Na een test met Vin en Gier zaten we een uurtje later in onze feestelijke outfits klaar voor het feest. En het werd een grote verrassing! Door de inleiding door Gier dacht een aantal dat we in levende lijve zouden verschijnen. Ondanks de haperende verbinding werd het een mooie happening waar we allemaal van hebben genoten.

Daarna zijn we een rondje Punta del Este gaan doen, over de landtong die het centrum eigenlijk is. Wat opviel waren de gemiddeld hoge leeftijd van de Uruguayanen en Argentijnen, de hoge prijzen en de hoeveelheid ´mate´ (ma-thee) die er wordt gedronken. Dat laatste is op zich wel een aardig verschijnsel en onlosmakelijk onderdeel van de Uruguayaanse en Argentijnse culturen (deze twee zijn nauw met elkaar verbonden, itt die van buurland Brazilie). Mate drinken is een essentieel onderdeel van de sociale omgangsvorm en de hele dag door worden mensen uitgenodigd voor een mate om onder het genot van de toestand van wereld te bespreken. Praktisch iedereen heeft daarom een soort mok met stalen rietje (bombilla), de droge mate, veel suiker en een thermosfles heet water bij zich om altijd en overal in de behoefte te kunnen voorzien. Op regelmatig verspreide punten staan vending machines waar tegen geringe investering de flessen kunnen worden bijgevuld. Na een drankje op het strand en een Aziatische maaltijd waar we allebei erg veel zin in hadden, zijn we op tijd onder de wol gekropen.

Een dag Punta del Este was meer dan genoeg en de volgende ochtend zaten we redelijk op tijd in de bus naar Montevideo. Nog zo´n stad die tot de verbeelding spreekt en dit keer gelukkig meer terecht. We zaten in het Green Hostel (beetje geitebreiers hostel, maar comfortabele kamer) middenin de stad, dus prima start om te gaan verkennen. Op aangeven van het hostel zijn we naar een eetcafe aan de overkant gegaan en hebben daar fantastisch lekker gegeten. De kok had eerder in kwalitatieve restaurants gewerkt (Punta del Este..) en dat was te merken. Vooral zijn spinazie-rode kool taartje was erg goed. Via de meatmarket aan de haven, alleen maar grote stukken steak, briljant, zijn we via een karakterstiek pleintje met antiekmarkt naar het grote plein waaraan het presidentieel paleis ligt. Een vrij lelijk gebouw, waarvan men destijds dacht dat het modern was en de tand des tijds wel zou doorstaan. Via een voorheen literair cafe, soort van Hoppe, en de grote winkelstraat, waar ons dringend werd aangeraden niet al te lang te blijven lopen ivm overvallen, zijn we met een tas vol eten naar het hostel gegaan. Om de kosten enigszins te drukken hebben we zelf een maaltijd in elkaar gedraaid en zijn wederom vroeg gaan tukken.

De volgende dag zaten we alweer vroeg in de bus richting Colonia del Sacramento. Een oud stadje aan de Rio de la Plata (waaraan ook Buenos Aires en Montevideo liggen) met straten met hobbelstenen en perfect onderhouden antieke pleinen en huizen, maw Unesco erfgoed. We hebben eerst onze spullen gedumpt in ons Hostal de las Poetas en zijn daarna op pad gegaan. De geschiedenis en architectuur maken het stadje op zich interessant, het feit dat het daardoor een van de belangrijkste toeristenpleisters van Uruguay is geworden doet echter af aan de sfeer. Vergelijkbaar met het gevoel dat je krijgt als je door Marken of Urk loopt. Overal kun je snuisterijen kopen en de prijzen (in restaurants) zijn relatief hoog. We zijn uiteindelijk gerechten gaan delen om toch op een terras te kunnen zitten en ons dagelijkse budget niet al teveel schade aan te doen. We hebben die middag (eigenlijk al veel eerder) besloten om een dag later de boot naar Buenos Aires te nemen en na wat gehannes bij het loket onze tickets gekocht. ´s Avonds hebben we zelf weer gekookt en zijn met erg veel zin om eindelijk naar Argentinie te gaan ons bed ingedoken.

Uruguay is ons dus een beetje tegengevallen, het was eigenlijk te saai na de swingende cultuur van Brazilie. Met een dikke glimlach zaten we de volgende dag dan ook op de Zuid-Amerikaanse Koegelwieck (zie snelboot naar Terschelling) op weg naar ons volgende avontuur!

Thursday, April 14, 2011

Week 14 - 18: Brasil Todo bom!

Ps. Ik lig nu in een hangmat, half in het zonnetje dit stukje te schrijven. Notitie; in mijn leven mag een hangmat niet meer ontbreken.

Maar goed, eindelijk naar Zuid-Amerika!! De Sprong.

Sil was op de ochtend van vertrek zelfs een beetje zenuwachtig, want ja...straks valt het ineens ontzettend tegen allemaal...gelukkig was dat gevoel helemaal weg bij aankomst in Santiago de Chile. Sil hablarde al weer volledig Spaans en liep met een glimlach van oor tot oor rond op het vliegveld van Santiago, waar we een paar uur moesten wachten voordat we onze vlucht naar Sao Paulo konden pakken. Het originele plan van de reis was om vanuit Santiago naar Bogota in Colombia te vliegen, maar omdat Steph echt heul erg graag naar Patagonie wilde, moesten we voor eind maart in Argentinie zijn en dit zouden we niet redden als we eerst nog Colombia en Brazilie wilden zien. Dus change of plans en daarmee dus ook geen Carnaval meer in Brazilie...even slikken...en weer doorgaan (luxeprobleem!).

Maar goed, op 25 januari om 16 uur ´s middags vertrokken we uit Auckland,Nieuw-Zeeland en na maar een paar uurtjes slaap op het vliegtuig landden we op 25 januari om 14 uur ´s middags in Santiago de Chile. We waren dus op dezelfde dag geland, alleen door het tijdsverschil 2 uur eerder dan dat we vertrokken waren, maar met 12 uur vliegen en maar 2 uur slaap...en toen moesten we dus nog 4 uur wachten op onze vlucht naar Sao Paulo, waar we midden in de nacht doodmoe aankwamen, alleen...je raadt het al...jetlag...we konden NIET in slaap vallen!!! Ogen hard dichtknijpen, slaapliedjes zingen, schapen tellen, linker zijkant, rechter zijkant, dan maar op de buik...maar nee...geen REM slaap te bekennen, tot 7 uur ´s ochtends, toen pas vielen we in slaap. Alleen, omdat we ooit gehoord hadden dat je na zo´n lange vlucht moet proberen zo snel mogelijk in het locale ritme te komen, zijn we gewoon om 10 uur weer opgestaan...en naar het ontbijt slaapgewandeld...de Braziliaanse hostelontbijtjes zijn de beste in Zuid-Amerika, met heel veel vers fruit, sapjes, broodjes, taarten, eieren...the works zeg maar...dan is backpacken ineens niet meer echt back to basic...en aangezien we de dagen ervoor alleen maar vliegtuigmeuk hadden gegeten, hebben we ons helemaal uitgeleefd en zijn met volle buikjes terug naar de kamer gegaan, waar we niets anders meer konden doen dan op het bed neerploffen en we waren binnen 1 seconde vertrokken om einde van de middag wakker te worden. Heerlijk, we hadden een second wind te pakken, effe douchen en Sao Paulo een beetje verkennen dus!

We konden onze flipflops weer uit de bodem van de tas halen, want in Brazilie was het gewoon weer 31 graden! Wij blij! We liepen naar Jardins, het rijke gedeelte van Sao Paulo, maar om daar te komen moet je door het ´echte´ Sao Paulo, veel auto´s, niet goed onderhouden wegen en stoepen, vuilnis, zwervers, graffiti, leegstaande panden...en dit was na 1 ½ maand in het rijke Australie en Nieuw-Zeeland weer even wennen, met name het feit dat je weer op je hoede moet zijn wat betreft je eigen veiligheid; welke straat je neemt, hoeveel geld je meeneemt, waar je de tas laat en of je uberhaupt een tas meeneemt. Echter, zodra je dit weer door hebt en jezelf goed informeert over waar je wel en niet moet zijn en gewoon meeneemt wat je kwijt kunt raken, is er niets aan het handje. Veiligheid kan een issue zijn in dit continent, maar ligt vooral erg aan jezelf, en die extra oplettendheid wordt al snel een tweede natuur en wat er dan nog overblijft zijn heerlijke landen om doorheen te reizen. Man, we merkten gelijk dat we in Brazilie waren, het leefde weer, mensen op straat, muziek, prachtige vrouwen, mannige mannen, op iedere straat een terras waar je elk uur van de dag wat kunt eten en biertjes en caiprinha´s kunt bestellen, kleur,vers fruit, heerlijke temperatuur en goedlachse mensen die altijd in zijn voor een kletspraatje. Heerlijk!

De wijk Jardins voelt als de 9 straatjes alleen dan groter, gevuld met allemaal boetieken en een mega Havaiana store...natuurlijk! Want elke, werkelijk waar, elke Braziliaan loopt op slippers. Bij de vrouwen in combinatie met een super kort strak spijkerbroekje en idem toppie en de mannen hebben een surfshort aan en een t-shirt of ontbloot bovenlichaam. Steph was al snel gewend aan deze nieuwe dress-code en trok zodra het maar een beetje warm was (ongeveer iedere dag na 10 uur ´s ochtends) zijn t-shirt uit. In de wijk Santa Teresa in Rio de Janeiro, waar het ´s nachts onveilig kan worden, trok hij zelfs zijn t-shirt uit om er meer Braziliaans uit te zien en de kans om overvallen te worden te verkleinen...niet vele Brazilianen zijn 1.95m, blond met blauwe ogen, maar goed, niet geschoten is altijd beroofd :)

Die nacht sliepen we alweer heel slecht en kwamen er achter dat de vlucht die we voor de volgende dag geboekt hadden naar Salvador, vertrok vanaf het vliegveld dat opgenomen is in het world guiness book of records voor `Het vliegveld dat het verst van de stad van ´vertrek´ afligt´...100 kilometer van Sao Paulo om precies te zijn...lekker dan! En omdat onze vlucht om 7 uur ´s ochtends vertrok, zat er niets anders op dan op het vliegveld te slapen, alleen...hadden de ontwerpers van het vliegveld iets tegen slapen...Sil heeft het echt geprobeerd, werkelijk waar in elke mogelijke positie (zie foto´s) maar kon met geen mogelijkheid in die bankjes in slaap vallen. Het was echt hilarisch om te zien hoe ook alle toeristen om ons heen probeerden een juiste positie te vinden om te slapen...tevergeefs. Dus zonder ook maar een enkel uurtje slaap, strompelden wij het vliegtuig in, waar we eindelijk in slaap vielen, maar het was zo´n zittende slaap, je kent het wel, waar je de hele tijd in gevecht bent met de zwaartekracht die op je hoofd wordt uitgeoefend en uiteindelijk steeds maar hoogstens 3 minuten slaapt om vervolgens door je neerstortende hoofd weer wakkergeschud te worden, om vervolgens je hoofd weer op te tillen om door te slapen en 3 minuten later weer dezelfde handeling te herhalen...dusss...kapot waren we toen we in Salvador aankwamen, dus gooide we er een sterk bakkie in en gingen op zoek naar hoe we vanaf het vliegveld naar Diogo konden komen. Sil liet zich niet voor een gat vangen toen we de ´toeristen´ prijs voorgeschoteld kregen en ging op zoek naar alternatieven en vroeg de locals hoe zij het deden...Sil praat geen Portugees...wel reisspaans met een perfect Portugees accent...een beetje wat je doet als je het Duitse woord niet kent, gewoon het Nederlandse woord zeggen met een Duits accents...en dat leek te werken, want 25 minuten later en maar enkele Reais armer, zaten we bij de bushalte, te wachten op de Linha Verde bus naar Diogo. En ja, daar zaten we op onze grote backpacks, in een provisorische bushalte, met het verkeer dat ons om de oren vloog, allemaal busjes die voorbij reden en waar de bijrijder de bestemming aan het uitschreeuwen was naar de wachtende passagiers...nee geen systeem...geen nummers...gewoon goed blijven luisteren, rennen en springen. Daarnaast is overal in Zuid-Amerika op ieder moment van de dag altijd wat te eten en te drinken te kopen, en ook in onze kleine bushalte midden op straat konden wij cocosnoot, zoete broodjes en verse vruchtensap kopen...yummm. Salvador ligt in het noorden van Brazilie, waar de mensen overwegend een Creoolse achtergrond hebben, dit merk je gelijk, iedereen is donkerder, kleurrijker, overal is music, ze zijn iets luidruchtiger, de vrouwen hebben nog grotere billen en prachtige sexy outfits en de mannen hebben nog dikkere gouden kettingen. Mannen praten met mannen, vrouwen met vrouwen, onderling wordt alleen maar naar elkaar gefloten en worden er blikken uitgewisseld. Het duurde bijna 45 minuten voordat onze bus eindelijk kwam, toch hebben wij daar al die tijd met een GIGA smile op onze koppen gezeten, want al die chaos, al die kleurrijkke mensen, dit voelde weer als het echte reizen, heerlijk!

In Brazil zijn we uiteindelijk 4 weken gebleven, 2 weken korter dan voorgenomen, want het gaat goed met Brazillie en daarom is de Reais sterk en de prijzen hoog. Ten opzichte van 2 jaar geleden was de Reais 2 keer zo veel meer waard geworden, dusss konden wij minder kopen met onze Euro´s. De eerste week hebben we dat maar een beetje vergeten, want ook al was het duurder dan verwacht, het was nog steeds niet zo duur als in Nieuw-Zeeland en Australie. En omdat we de laatste maanden zo back to basic hadden geleefd, waren we toe aan een vakantie van het reizen....belachelijk klinkt dat he!?! Maar goed, geloof het of niet, reizen is vermoeiend :)) intensief, nieuwe mensen, nieuwe plekken, elke dag beslissingen maken, wennen , geen routine, elkaar ook nog eens leren kennen, het zijn allemaal fantastische dingen, maar we merkten dat we na 4 maanden op hoog tempo gereisd te hebben, echt ff toe waren aan ff echt helemaal niets. Nou en dat is precies wat ze in Diogo hebben, zee, strand en jungle en voor de rest helemaal niets! We zijn zelfs verdwaald op weg naar het strand, je moet eerst door een rivier, dan door duinen en langs een moeras, er is geen officieel pad, dus wij hebben uiteindelijk met behulp van de eeuwenoude scouttechniek van het zoeken naar voetsporen in het zand, de weg naar het paradijselijke strand gevonden. Geniaal strandje met 2 shacks die verse gegrilde vis en biertjes verkochten. Mooie van Brasil is dat het bier standaard in 1 liter flessen komt en dat deze uitgeserveerd wordt met een eigen koeler, want ja bier mag niet koud worden! Terecht! In Diogo hadden wij een prachtige pousada gevonden, gerund door een Sophie een Belgische en KLeo een Braziliaanse surfer en hadden een cabana met 2 enorme hangmatten en een kast vol spelletjes, waar we MasterMind vonden, verslaafd waren we. Steph probeerde iedere dag Sil te verslaan, dat is 1 keer gelukt...

Na een aantal dagen waren we eindelijk van onze jetlag af en konden weer goed doorslapen, dus hadden weer energie om dingen te ondernemen. Steph ging dan ook gelijk met Terese en Eric, een stel uit Frankrijk, op pad om de beste surfspots te vinden, Sil moest nog even thuis blijven, want de zonneallergie was nog niet voorbij. Ga je 1 jaar op reis naar alleen maar zonnige oorden, krijg je zonneallergie, irritant! Gelukkig is er in de jungle ook veel schaduw en wij hoorden al snel van het restaurant dat de beste Moqueca (traditioneel visstoofpotje) van Bahia zou maken, Sombre de Mangera (In de schaduw van de mangoboom), je zit hier letterlijk onder een giga mangoboom, waar een op z´n Braziliaans vastgemaakt net ons scheidde van levensgevaarlijke neerstortende mango´s en kokosnoten (Brazilie is het land met het hoogste dodental door valllende kokosnoten!) Het duurde even voordat de stoofpot klaar was, uurtje ofzo, dit gaf ons de tijd om alle Brazilianen om ons heen even te observeren. Conclusie: op zondag wordt met de familie in een restaurant de lunch gegeten. Aan alle tafels zaten volledige families, waarvan de dames er op hun zondagsbest uit zagen en in Brazillie is dat het soort kleding dat in Nederland gedragen wordt wanneer je uitgaat. Sexy, vrouwelijk en opvallend, de mama´s en ook de oma´s, maakt niet uit. De vrouwen kletsten met elkaar, de mannen praten niet maar kijken naar het voetbal op televisie en schreeuwen af en toe wat en kijken dan begrijpend naar elkaar (overal waar je ook komt, hoe shabby de plek ook is, er hangt ALTIJD een plasma TV met voetbal op!), de pubers zijn met hun mobiele telefoon bezig, de kleine kids zijn aan het rondrennen door het restaurant en de opa´s en oma´s slapen vaak. Mooi tafereel!

En omdat we weer op volle kracht waren, er echt niets te doen was in Diogo, besloten we naar Praia de Forte te gaan, iets groter, toeristischer en de plek waar we het Tamar project konden bekijken. Zij beschermen de schildpaddenpopulatie aan de kust van Brazilie en dit was de kans om die kleine hummeltjes de zee in te zien kruipen. Goed werk doen ze daar. Ander bijkomend voordeel van een iets toerischtischer plaatsje is dat er gewoon een pad en horeca aan het strand is en dat wij diezelfde avond op een terrasje Caiprinha´s te zaten drinken. Brazilie ten voeten uit!

Volgende stad was Salvador, de hoofdstad van de regio Bahia en de Carnaval, en bekend als een zeer gevaarlijke stad voor toeristen aangezien die te pas en te onpas beroofd en opgelicht worden. Dus wij gingen met bijna lege zakken de straten van Salvador op en wat ons eerder opviel dan de onveiligheid was de enorme manier waarop de Bahianen genieten van hun stad. Het was vrijdagmiddag en het strand was vol met mensen, muziek, eetkraampjes, mannetjes met een koelbox die biertjes verkochten. Top sfeertje. Wij sloten aan, bestelden een biertje op het terras en zagen de zonsondergang in zee. De volgende dag gingen we naar het UNESCO gedeelte van de stad, dit bestaat uit smalle straatjes met keiweggetjes en kleurrijke panden. We bezochten ook een graffiti expositie in een oud pand met hoge plafonds en uitzicht over de oude stad en kerken, mooi contrast tussen modern en oud wat elkaar versterkte.

Volgende stop...RRRRRRRRRRRRRRrrrrrrrrrrrrrrrrriiiiiiiioooooo!!!! Oooh man wij konden NIET wachten!! Rio is een fantastische stad en voor ons ook een beetje speciaal, omdat daar in mei 2008 onze paden elkaar weer kruisten. A trip down memory lane, dus zijn we teruggegaan naar de Marriot om de beste sushi te eten en naar ZaZa´s bistro en sliepen we in hetzelfde hostel Harmonia. Daarnaast zou Sil haar vriendin Rowena weer zien en ook Steph ging op bezoek bij Stevie en zijn familie. Met hun hebben we een avondje gevuld met Caiprivodka´s, pizza´s en sambales, heerlijk! Met Rowena zijn we als vanouds het nachtleven van Lapa ingedoken en Santa Teresa, het Monmartre van Rio, verkend. Een van de hoogtepunten was ons bezoek aan de gepacificeerde favela Dona Marta, waar we met uitzicht op de Sugar Loaf, een priveles yoga kregen. Zennnnnnn. Maar eigenlijk hetgeen waar we het meest van genoten was het feit dat we de stad al een beetje kenden, ons thuis voelden, wisten waar we wel en niet moesten zijn en zonder kaart rondlopen. We voelden ons een beetje Carioca´s, zegmaar. Dit gevoel werd bij Steph alleen maar sterker na een dagje Ipanema beach; zon, zee, strand, surfen, joggen, volley, groeiende economie, goede levensstandaard en prachtige vrouwen = heaven voor Steph :) Na 1 week vertrokken we met tegenzin uit Rio, het was veel te leuk en we zouden alle Carnavalsactie missen...niet leuk...we troostten onszelf met de gedachte dat we zeker nog veel vaker naar Rio terug zullen keren, onze Carnavalstijd komt nog wel!

Na de stad is het weer wat tijd voor natuur, Ilha Grande it is, een eiland 2 uur ten zuidwesten van Rio dat bekend staat om zijn vele stranden. Wij dachten goed voorbereid te zijn en stapten uit op het busstation, denkende dat de ferry naar het eiland daarnaast zou vertrekken....not dus! Bleek dat het 30 minuten lopen was en wij hadden nog precies 25 minuten om met al onze spullen...zo´n 25kg inmiddels...die kant op te lopen. We waren gelukkig niet de enige die ons vergist hadden en onder bezielende leiding van Steph en Linda hebben we net op tijd en volledig bezweet de ferry kunnen pakken. Ilha Grande kwam al snel in zicht...paradijselijk zag het er uit en was het ook. De eerste dag zijn we met Ollie en Linda naar een prachtig strandje gegaan, waar we uren gesnorkeld, gechilld en lekkere vis gegeten hebben. Perfect ontspannen en met de Ieren was het hilarisch! Ons hostel was heerlijk, met hangmatjes, DVD bibliotheek, heerlijk ontbijt en een gepassioneerde hosteleigenaar die ons 10 minuten na aankomst al een verborgen watervalletje en lekker local restaurantje had laten zien. Geniaal. Wij vertrouwden hem volledig en toen hij ons de volgende dag adviseerde om in plaats van naar het strand Lopez Mendez naar Dios Rios te gaan, 3 uur lopen, verborgen parel, als je terug moet komen ga je huilen zo mooi is het strand daar. Dus wij gingen de volgende dag op pad, vroeg op om de hitte voor te zijn, water mee en vol verwachting... De trekking was langs een weg, altijd minder, en de weg bracht ons bij de voormalige plek van de gevangenis die nu aandeed als een spookstad, raar...en werd nog gekker toen er ineens een schreeuwende man uit een huis kwam rennen en op z´n fiets sprong...hmmm...nou ja, dachten wij, het gaat ons om het strand, dus nog even doorlopen. Je raadt het al, aangekomen bij het strand...enorme teleurstelling...echt Schoorl in de zomer is 10 keer zo mooi. Dus wij wilden daar ZSM wegwezen en onze hosteleigenaar had gezegd dat we voor 15 dollar terug zouden kunnen komen, dus wij op zoek naar een local, die ons vertelde dat het 60 dollar is en dan zit je pas op het volgende strand, waar je nog eens 15 dollar p.p. moet betalen om terug naar ons hostel te komen. Steph werd helemaal gek!! Lelijk strand, niks te doen en de keuze of een poot gelicht te worden of weer 3 uur teruglopen...we begrepen nu waarom de hosteleigenaar zei dat we zouden huilen bij terugkomst...uit pure ellende! Aangezien we op een strak budget zitten, liepen we terug, in het hostel kwamen we de eigenaar tegen, Steph wilde niet met hem praten en gunde hem geen blik waardig, zo boos was ´ie. Pas de volgende dag na de lunch was de lucht geklaard en kon er weer met de eigenaar gesproken worden.

De laatste stop in Brasil is Paraty, een kustplaats 2 uur rijden ten westen van Ilha Grande en deels UNESCO beschermt. We hadden maar 1 dag daar, dus besloten we een boottocht te maken om alle stranden en eilanden goed te kunnen zien. Op de boot was het 1 groot Nederlands feestje der herkenning. Manon en Bart, Amsterdammers werkend in televisieproductie en Anna en Richard die NL achter zich hadden gelaten voor 6 maanden reizen. We kliekten zoals we alle ´anderen´ beschuldigen van kliekgedrag...maar het was heerlijk, even thuiskomen, echt super gezellig en omdat we niet genoeg hadden aan de boottrip (die overigens prachtig was) zetten we onze oranjesessie gewoon door die avond met een etentje. Oranje boven!

Volgende dag vertrokken we richting Sao Paulo, 8 uur met de bus naar het internationale busstation, waar we 4 uur moesten wachten op onze bus naar Uruguay, die ons in 32 uur naar Punta del Este gaat brengen. De tijd vloog voorbij, we internetten wat, aten wat en speelden daarna domino. De Brazilianen vinden dit maar al te grappig, gringo´s aan het dominoen, er werden nog net geen foto´s gemaakt. Op naar Uruguay waar we het hele noordelijke gedeelte overslaan en direct naar Punta del Este reizen, een grotere stad met goede faciliteiten, zodat we zeker weten dat er een internetcafe is met Skype, zodat we Loes kunnen verrassen op haar 65ste (nee, dat zou je niet zeggen he :)) verjaardagsfeestje!!

Brasil, een gigantisch en mooi land, met een gigantisch potentieel, dat nu langzaam maar zeker een plek op de wereldmarkt aan het veroveren is. Onze harten heeft het al veroverd, wij houden van Brasil!

Monday, April 4, 2011

Week 10/11/12: Nieuw Zeeland - Hink, Stap, Sprong!

Een kleine toelichting is op z'n plaats. Voordat we aan onze reis begonnen wisten we al dat Zuid-Amerika het hoofddoel zou worden. De eerste weken in Azie waren lekker om in te komen, wennen aan het reisritme in een reisvriendelijke omgeving, de Hink. Daarna even bijkomen van het onderhandelen in de briljante natuur van Australie en Nieuw-Zeeland, de Stap. Om uiteindelijk perfect voorbereid aan onze ultieme reisbestemming Zuid-Amerika te beginnen, de Sprong.

Australie had eigenlijk net iets teveel van ons uithoudingsvermogen gevergd. De rit van Perth naar Melbourne was ons niet in de koude kleren gaan zitten en we zijn tamelijk vermoeid in NZ aangekomen. Reizigers mogen niet klagen, dit zijn luxeproblemen, we weten het, maar toch. Voor het begrip, want dit heeft onze keuzes in NZ mede bepaald.

Als je komt aanvliegen snap je meteen waarom Lord of the Rings in NZ is opgenomen. De natuur is overweldigend, de kleuren net iets feller dan je gewend bent en het licht maakt alles nog scherper. Queenstown was de eerste bestemming, onderin het Zuidereiland. Het stadje staat bekend om z'n extreme adventure mogelijkheden en dat is overal goed zichtbaar. Op elke straathoek kun je een bungeejump boeken en overal zie je shirts van mensen die net met zo'n 200 km/u uit een vliegtuig zijn gevallen. Voordat wij uberhaupt over iets dergelijks konden nadenken, moesten wij eerst een belangrijkere knoop doorhakken, busje of auto. Ondanks een zeer scherp aanbod van Wicked Van hebben we uiteindelijk voor het comfort van de auto en de hostels gekozen. Even geen campings meer voor deze twee luxepaarden. Blij met onze Nissan Tiida zijn we de tweede dag naar Glenorchy gereden, een "postcard perfect" plaatsje vlakbij de Milford Sounds, het berg- en fjordengebied onderin het Zuidereiland. Het weer kan hier ook in de zomer vrij snel omslaan, dus Steph heeft even de "Willy warmer" van possumbont geprobeerd. Tevens kon hij zich in "Merino-Mekka" uitleven en heeft hij voor de gure dagen een nieuw Icebreaker vest gekocht. Beetje boven budget, maar het gaat een leven lang mee, zeggen ze. Golfen kun je uitstekend in NZ en in de buurt van Queenstown, aan de voet van het bekende skigebied Remarkables, ligt een van de mooiste banen van het land, Jacks Point. Doordat Steph net een vest had gekocht zat de greenfee er niet meer in, maar hij heeft wel een paar hele mooie foto's kunnen nemen..

De volgende bestemming was Mount Cook, de hoogste berg op NZ. Dit was een rit van slechts drie uur, dus al veel beter dan we gewend waren van Australie. En ook meteen een duidelijke richting voor onze tijd in NZ, want door deze kant op te gaan hebben we bewust (en letterlijk) de Frans Jozef en Fox gletsjers links laten liggen. Hier naar toe gaan zou weer lange autoritten betekenen en de wetenschap dat we later in Patagonie ook de kans krijgen om gletsjers te zien maakte het een makkelijke keuze. Onderweg zijn we langs de eerste bungeelocatie van NZ gereden en ze weten hier wel hoe je iets dergelijks moet opzetten. Modern gebouw, state of the art equipment en pompende muziek naast karakteristieke, oude loopbrug over een ravijn/rivier zo'n 50 meter diep. Diep moest je ook in je portomonnee graven, dus een bakkie troost later zaten we weer in de auto. Mount Cook is indrukwekkend, mede door de ligging aan een azuurblauw meer. We hadden geluk dat het helder weer was, waardoor we prachtige foto's hebben kunnen nemen. De Maori naam voor de berg is Aoraki wat "cloud piercer" betekent, dus de weersomstandigheden zijn er wel eens anders. Vanuit het hostel in Mount Cook village hebben we die middag een mooie hike bergop gemaakt. Sil in haar karakteristieke zig-zag stijl (silly-saggy) en Steph immer-gerade-aus om de conditie een beetje op peil te houden. Weer terug beneden wilde Sil zo snel mogelijk naar de bar en Steph nog een rondje om de berg (Governors Bush walk, beschermd stuk bos op de berg). Later bij de borrel bleek dat we onafhankelijk gelijktijdig dezelfde gedachten over wonen in de stad hadden gehad. We laten jullie nog wel weten hoe die waren :) 's Avonds hebben we de zalmmoot die we 's middags bij een zalmfarm hadden gekocht bereid en de rest van de hostelkeuken jaloers gemaakt. Daarna vroeg naar bed en oordoppen in, omdat we in een dorm met vier anderen sliepen, waaronder een snurkende Aziaat. Steph is die nacht overigens nog wakker geworden op de badkamervloer en waarschijnlijk flauwgevallen door een combinatie van te snel opstaan in het pikkedonker en oordoppen die zijn evenwichtsorgaan beinvloeden. Of zoiets..

De volgende dag zijn we naar Lake Tekapo, dat in de buurt van Mount Cook ligt, gereden. Wederom een mooie rit en onderweg nog een paar Merino schapen tegengekomen. In het hostel, een houten lodge aan het meer, hadden we onze eigen cabin en weer wat meer comfort. De sfeer was erg relaxed en we hebben een paar mooie gesprekken met andere reizigers gehad. Sil was met een gezellige Spaanse in gesprek geraakt waar het mee klikte en het was leuk om naast de standaard reisonderwerpen ook over persoonlijkere dingen te praten. De trekking die we de volgende ochtend gemaakt hebben ging langs het meer heuvel op, uiteindelijk richting astronomisch observatiecentrum Mount John, dat bekend is door de locatie waar de heldere omstandigheden ideaal zijn voor dit soort activiteiten. Redelijk uitgeput van deze toch zijn we 's middags naar de enigszins tegenvallende alpine springs, natuurlijk zwembaden, gegaan. Het was goed warm water in plastic zwembaden en daar is alles wel mee gezegd.

Na Lake Tekapo en de bergen zijn we naar de Banks Peninsula gereden dat op een oude vulkaan ligt. De eerste nacht sliepen we in Double Dutch, een hostel gerund door een Nederlands stel dat zo'n twintig jaar geleden in NZ is blijven plakken. Het dorpje, Okains Bay, ligt achterin verscholen op het schiereiland en dat maakte het hostel erg relaxed. Het was van alle gemakken voorzien en uiteraard waren we niet de enige Nederlanders die daar verbleven. Met twee Groningers die tijdens deze vakantie op NZ waren getrouwd en hun zoontje hebben we gegeten en de hele avond ouderwets hollands gepraat. Suf geluld zijn we daarna in een heerlijk bed gedoken met uitzicht op de tuin en schapen. Een paar tellen later zijn we helemaal uitgeslapen naar het volgende dorpje, Akaroa, gereden. Ooit zijn hier de Fransen als eerste aan wal gekomen en het had niet veel gescheeld of het was ´pas mal` in plaats van ´not bad` geworden. Aangezien het Hollands weer was zijn we lekker naar de film gegaan, (Farewell met bekende Servische acteur Emir Kusturica). Het glas wijn dat we daarna in een restaurant wilden gaan drinken (zonder eten, want dat was te duur) werd niet echt gewaardeerd, maar mede door een hostelgenoot die daar wat geld bijverdiende konden we toch blijven zitten. Het showbootje aan het plafond met de naam Passing Wind deed ons afvragen of ze de Franse Passaat bedoelden of het Engelse to cut the cheese.. Het Franse hosteltje leek op internet gezelliger dan het in werkelijkheid was, dus na het eten zijn we vroeg onder de wol gekropen.

Na de beste koffie van NZ in Lyttelton zijn we doorgereden naar Christchurch, vrij recentelijk nog getroffen door een aardbeving. In NZ moet je in principe altijd rekening houden met dit heftige natuurverschijnsel, maar als je ziet wat voor schade het kan aanrichten kun je je voorstellen dat je er eigenlijk nooit echt op voorbereid bent. We sliepen die avond in een oude gevangenis wat voor Sil haar eerste avond en voor Steph zijn tweede in de cel betekende. Was vrij comfortabel overigens. Doordat wij de rechterkant van het Zuidereiland namen kwamen we weer langs een thermische pool die er wederom beter uitzag op internet dan in het echt. Het was eigenlijk een grote Wilgenhoek (bekend zwembad uit Purmerend) met heel heet water en heel veel mensen. Op de vraag wat dit water met je doet konden de medewerkers geen antwoord geven, dus na een rondje door alle baden zijn we het terras opgedoken. Steph heeft 's avonds pannenkoeken gebakken (een poging gedaan met alle pannen die er te vinden waren). De volgende dag vroeg op om naar Kaikoura te rijden, zodat Steph met de dolfijnenboot mee kon. Hij stond op de wachtlijst en moest afwachten of er reserveringen niet kwamen opdagen. We waren ruim op tijd, maar dat mocht helaas niet baten. Ondanks de teleurstelling was de wandeling later langs de kust en de zeeleeuwen erg mooi. En 's middags konden we deze wegdrinken in het wereldberoemde Marlborough wijngebied. We hebben uiteindelijk gekozen voor het wijnestate Georges Michel (geen familie van) en na de proeverij een fles wijn en twee platters (pate en vis) besteld. Het betere genieten! De topnacht (filmpje en uitstekend geslapen) in Blenheim betekende helaas het einde van ons Zuidereiland avontuur, want de ferry naar Wellington vertrok de volgende dag. Dit is een briljante tocht door de Marlborough Sounds en een aanrader voor iedereen die naar NZ gaat!

Windy Wellington deed z'n naam eer aan en buiten zitten in de hoofdstad van NZ is een uitdaging. We moesten even zoeken naar een plekkie dat lekker voelde en in de haven hadden we dat gevonden. Eerst zagen we een paar pijlstaartroggen op een trailerhelling liggen rusten, daarna heeft Steph een paar halen op een ergometer van de lokale roeivereniging kunnen maken en uiteindelijk zaten we met onze glazen stevig in de handen op een mooi terras aan het water. Een dag bleek uiteindelijk meer dan genoeg hier, dus we waren blij dat we een dag later in de auto richting Lake Taupo zaten. Het was de bedoeling om daar een van de mooiste eendagstrekkings, de Tongariro, te doen. Helaas trok er dat moment een typhoon over het land, waardoor alle buitenactiviteiten werden afgelast en we hadden niet de flexibiliteit om te wachten op beter weer. Als vervanging zijn we onze yogaspieren weer gaan gebruiken (kostte Steph wat moeite, want die wilde in eigenlijk naar the Australian Open gaan kijken..) en naar de geniale flop The Tourist geweest (Ricky Gervais bij Golden Globes: It seemed like everything this year was three-dimensional. Except the characters in The Tourist.).

Rotorua was de volgende stop, omdat we daar een Maori performance wilden zien. Wentink Events zou z'n vingers erbij aflikken en het had ons niets verbaasd als Chantal Janzen en Stanley Burleson ook een rolletje hadden gehad. We hebben toen maar een flesje wijn gekocht en zijn dit in het park op gaan drinken. Steph had inmiddels in de Lonely Planet gelezen dat je ook in Mount Maunganui dolfijnen kunt zien en dit lag redelijk op onze route. Ondanks de onvolledige voorbereiding van Steph kwamen we toch op tijd bij de boot en de tocht was briljant. De hele ochtend lag de boot tussen de dolfijnen en een paar keer kon je met behulp van een constructie aan de boot in het water liggen. Ondanks dat de dolfijnen niet echt in de buurt kwamen was het een mooie ervaring. Sil heeft die ochtend lekker kunnen shoppen en in haar nieuwe aanwinst kwam ze Steph ophalen. Na twee uurtjes rijden kwamen we aan in Tairua waar we nieuwsgierig naar onze slaapplek voor die nacht gingen. Aangezien het nogal goedkoop was waren de verwachtingen niet al te hooggespannen, maar het bleek alles mee te vallen. Sterker nog, het was een van de beste plekken waar we verbleven op NZ. We hadden ons eigen huisje aan de oever van de rivier die elke getijdewisseling vol of leeg liep met zeewater. Onze overburen hadden een nogal uit de kluiten gewassen zoon van twee die alles wilde slopen wat in zijn zicht kwam, was wel een vermakelijk gezicht. De moeder uit Georgie wilde het liefst naar huis, in Europa welteverstaan.. De volgende dag zijn we einde ochtend naar de hotwater beach gereden, rekening houden met laag tij. Dat is het moment dat je op het strand als een Duitser kuilen kunt gaan graven die dan vollopen met heet grondwater. Net als in Zandvoort waren we niet de enigen en uiteindelijk lagen we met een Gronings stelletje in onze warme kuil. De omgeving was overigens weer briljant, zie foto´s.

Gaargekookt en na een tosti zijn we de auto ingestapt om naar de andere kant van het Noordereiland te rijden, richting Raglan. Dit plaatsje staat bekend om zijn uitstekende surfstranden en jaren geleden is hier de cultfilm ´Endless Summer` opgenomen. Het hostel waar we zaten, Raglan Backpackers, was gebouwd om een binnenplaats waar een jacuzzi stond, je in hangmatten kon relaxen of de BBQ gebruiken. Prima sfeertje in een heel ontspannen stadje. Enige minpuntje was dat er de dagen dat wij er waren geen golven waren, dus zijn we andere dingen gaan doen. We hebben een nieuw spel geleerd waarvan we durven te beweren dat het verslavend is. Steph is weer een beetje gaan hardlopen. We hebben een filmpje gekeken. Lekker ontspannen dus. Na Raglan ging de laatste etappe naar Auckland, de eerste stad die op een stad leek, waar we Brooke, een oud reismaatje van Sil, ontmoet hebben en een zeer gezellige avond in een Italiaans restaurant hebben gehad.

Na drie weken the Kiwi way waren we onder de indruk van de natuur, niet zo onder de indruk van de meeste dorpjes en steden en klaar voor Zuid-Amerika, De Sprong!

Friday, March 11, 2011

We zijn er weer!

He he, nou nou, poeh poeeeeehhh!!
Zo, Google heeft besloten, wij hebben onze Blog terug.
Pffiieeuuww! Wij waren namelijk alweer een beetje vergeten wat er de eerste weken nou precies gebeurd was... Hebben gelijk een back-up gemaakt (dank voor Tip Fannie :))

Zwaar irritant allemaal, maar wij vonden het wel heel verrassend en ontzettend fijn om te merken hoeveel mensen onze blog en verhalen lezen.

De foto's van Nieuw-Zeeland zijn al geupload en het verhaal volgt snel!

https://picasaweb.google.com/sillypavlovic/Week101112NewZealand#

Dikke kussen uit Buenos Aires,
Steph & Sil

Wednesday, January 5, 2011

Week 8/9/10 - The Big O(z)

En daar waren we dan eindelijk...down under! Whoeyeah!! We vlogen vanuit Bali op Sydney en hadden daar maar een uurtje of 8, voordat we weer het vliegtuig naar Perth zouden nemen. We wilden heuul graag de stad in, maar niet met die enorme tassen van ons, dus die moesten naar de luggage storage hadden we besloten..."That'll be $30, mate". "30 dollar???!!???!!!" riepen wij in koor! We hadden net 2 maanden rondgereisd door Azie op een budget van 90 dollar samen per dag, en genadeloos en hard onderhandeld om 2 dollar te besparen op een overnachting of tour. En nu moesten we 30 dollar betalen voor 'alleen' het neerleggen van onze tassen?! We hebben het toch gedaan, want met die tassen de stad in was ook geen optie. Maar dit was het begin van 3 dagen waarin we continu aan het schrikken en vloeken waren over hoe duur alles in Australie is...geen goede vibe besloten we na 3 dagen en legden ons neer bij het feit dat het goed gaat met de Australische economie en dat we gewoon heel bewust moesten omgaan met ons budget. Het feit dat we hadden besloten om alles te zien met een Wicked camper van, paste hier perfect in, dus we konden niet wachten om die op te halen in Perth.

Maarrrr, eerst nog een dagje Sydney, we waren op slag verliefd. Wat een heerlijke stad! We kwamen aan op het station en liepen naar buiten de zon in en de prachtige parkjes door, naar de Sydney Harbour. "We zijn gewoon in freakin Sydney!!". Met grote smiles op onze gezichten en uitzicht op het Sydney Opera House, gingen wij even heerlijk in het zonnetje liggen van de botanical gardens. Sil had toen al besloten dat ze in Sydney zou kunnen wonen, en informeerde al naar het immigratieproces. Toen daarna bleek dat Oprah nog geen 20 meter verder een grote show aan het geven was, ging Sil helemaal uit haar dak. Steph leerde Sil weer wat beter kennen :). Het waren 7 fantastische uren, maar we moesten terug naar het vliegveld, helaas. Gelukkig zouden we aan het einde van de trip nog teruggaan naar Sydney om te kijken of de tweede indruk nog steeds zo goed was... Perth, veel verwacht van de stad, viel eigenlijk een beetje tegen. Daarom na 1 dag weer vertrokken. Maar niet voordat we onze Wicked busje hadden opgehaald...En dat was me wat...tjeeeezzz! We kwamen binnen en moesten wachten, omdat er 3 mensen voor ons waren die klachten hadden over de bussen...hmmm. Er zaten ook 4 Aziaten in stil protest in het kantoor, zij waren al 3 dagen de hele dag aanwezig, omdat er schade was gereden en dit volgens hen lag aan de slechte campervan die zij gekregen hadden....hmmmm...wij begonnen al lichtelijk te twijfelen...toen we ons busje te zien kregen sloeg deze twijfel over in paniek. Ons busje was alles behalve wicked, het was een roestig oud Mitsubishi busje met daarop de graffiti van de '7 menopauzal dwarfs', met teksten als 'I'm sweaty', 'I don't wanna have sex' en 'I'm grumpy'. WTF! We hadden ons zo verheugd op de overtocht van Perth naar Melbourne in een cool busje...en wij vroegen ons echt af of dit busje die overtocht zou halen en of we uberhaupt wel een busje bij Wicked moesten huren... We gingen in overleg en besloten om het gewoon te doen, maar wel een beter busje te huren. We mochten hun vloot zien, en daar stond 'ie, Roy Orbinson, oftewel The Big O met zn gezellige bolle kop op de Wicked van gesprayd. Wij werden er allebei vrolijk van en het busje zag er echt stukken beter uit en had een airco. We waren verkocht en hadden ons vervoer, verblijf, keuken en opbergplek voor de komende 3 weken gehuurd. Dat voelde goed. En daar gingen we, links de weg op, samen met Roy. Mooi. Op weg naar de eerste van vele campings waarop we zouden verblijven.

De campings in Australie zijn allemaal goed verzorgd, met keuken en altijd een BBQ. Dit is namelijk de favoriete Ozzie way of cookin up the meat, mate. Heerluk! Ook is er op een Australische camping altijd een groepje 'Grey Nomads', de gepensioneerde Ozzies die een campervan hebben en daarmee het land doorreizen, mensen ontmoeten, wandelen, keuvelen, drankjes drinken en bbq-en. Niet achter de geraniums gaan zitten en wachten tot de kinderen en kleinkinderen langskomen en ook niet een tweede huis ergens kopen, nee gewoon op pad. Geweldige manier om te pensioneren en dat straalde van ze af. Wat een gezellige en aardige mensen. Zowieso was het weer heerlijk om met de locals te kunnen praten en de Australiers zijn daar niet vies van, ze kletsen de oren van je kop en willen je altijd helpen. We voelden ons dus al snel thuis in Oz.

Aangezien we maar 3 weken de tijd hadden om van Perth naar Melbourne te komen, wat ongeveer 5.000 km is (weten we ook nu pas...) en we nog totaal geen plan hadden wat we wilden zien, besloten we om eerst even een ruwe planning te maken. Stress bekroop ons, en terecht, want achteraf hebben we vele dagen alleen maar gereden en af en toe gestopt om te eten of nodige toiletbezoekje.

Het land is zo groot en heeft relatief weinig inwoners, waarvan ongeveer 70% aan de oostkust woont. Dus aan de westkust, waar we begonnen, moesten we echt even wennen aan het feit dat er bijna niemand is. In Perth waren nog enigzins mensen, maar in Fremantle, een wat kleiner stadje, was het zo rustig. En ook de stranden zijn op een prachtige zomervakantiedag niet druk, wat een weelde t.o.v. de drukte die wij gewend zijn. En in al die rust en ruimte, besloten wij om weer een yogalesje te nemen. Steph (Ja, Steph!! ;)) had even gegoogled en een school in Fremantle gevonden. Wisten niet waar we terecht zouden komen, bleek een Iyengar les te zijn, met veel props en blokken en touwen...even wennen, maar een goede manier voor beginners om op de juiste wijze de yogaposes uit te leren voeren. Daarna met yoga brain, waarin je rondloopt met een hoofd dat op een soort halve slaapstand staat, nog even het stadje in, waarin Sil bijna weer een camera was vergeten...gelukkig kwam ze er na 2 minuten achter en kon ze nog terugrennen om hem op te halen. Sil is overigens echt vreselijk slecht in dat soort dingen. Ze vertelde dat haar moeder altijd al zei, als je hoofd niet aan je romp vastzat, dan vergat je die ook nog. Steph leerde Sil weer beter kennen ;).

De volgende dag gingen we eindelijk weer naar een kustplaats, maar eerst nog even naar Cape Naturaliste. Daar zou volgens de Lonely Planet een amazing lookout zijn waar de Indische Oceaan en de Pacific elkaar ontmoeten. Aangekomen werden we aangevallen door VLIEGEN! Honderden vliegen!!! Andere toeristen zagen we duiken en wild om zich heen slaan tijdens het terugrennen naar hun auto's. Wij deden dat 5 minuten later zelf ook. Later hoorden we van een local dat er tijdens de zomer hier altijd vliegenplagen zijn, zelf dragen ze dan de hele dag door (zelfs op het strand, zie foto's :)) een vliegennet voor hun gezicht. Vreselijk!
Maar goed, op naar Yallingup Beach. Na een prachtige rit door een bos, kwamen we bij een klif de bocht om, waar een turqoise zee en wit strand op ons lag te wachten. Een half uur later lagen we in het water, even doorbijten in het begin, maar daarna was het heerlijk water. Hier besloten we dan nog een nacht te blijven, voordat we door zouden rijden naar Margaret River, het wijngebied van West Australie. Een tussenstop daar naartoe was Hamelin Bay, een verborgen pareltje achter de duinen waar het water prachtig blauw is en je gewoon de pijlstaartroggen kunt voeren. Paradijselijk! En een half uur later rij je dan weer door een glooiend wijgebied heen omringd door heuvels vol druiventrossen. Wat een divers land is dit!

De volgende dag vertrokken we naar Walpole, dat bekend staat om de bossen met de langste bomen, zo'n 70 meter hoog. In de rit er naartoe kwamen we daar ineens in terecht en kregen last van onze nekkies van het steeds proberen te zien van de boomtoppen vanuit het busje. Gelukkig hebben ze daar in Walpole wat op gevonden, een tree top walk over een hangsysteem op zo'n 40 meter hoogte. Echt bizar mooi om zo door de boomtoppen heen te lopen. En 2 uur later parkeerde we ons busje weer op Perry Beach vlak bij Denmark om nog even over het strand te lopen. De zuidelijke regio van West Australie, Esperance in het bijzonder, staat bekend om haar mooie stranden, dus we hadden wat dagen uitgetrokken om deze eens volledig in ons op te nemen, helaas begon het weer toen te veranderen. Een uitloper van de typhoon die over het noorden raasde. En niets is triester dan een strand bij heel slecht weer, dus besloten wij om de regio te skippen en zo snel als mogelijk naar het zonnige oosten te rijden. Over de Nullarbor Plain....oftewel 1500 km helemaal niets!! Alleen maar vlakte, enorme trucks, het langste stuk rechte weg van Australie (168km) en daarna nog meer niets...pfffff....daar moesten we natuurlijk ZO SNEL ALS MOGELIJK weg zijn. En 's nachts mag je niet rijden, i.v.m. alle kangeroes die dan op de weg zijn en ongelukken veroorzaken, dus wij besloten om hele dagen door te rijden. Vroeg op staan, elkaar afwisselen en dan proberen zo'n 12 uur te maken. Dat lukte, maar we waren KAPOT! Sliepen iedere avond al rond 9 uur, nog voordat de zon onder was. Het was echt afzien! Gelukkig kwam na 3 dagen rijden het einde in zicht en gingen we weer de bewoonde wereld in. Bij het zien van een rotonde begonnen we te juichen :) En al snel kwamen we in Ceduna aan, het einde van de Plain en oester hoofdstad van Australie en stopten bij de oesterbar aan de snelweg (ja aan de snelweg, het is fastfood hier!! :)), waar we echt de allerlekkerste oesters ever hebben gegeten. Lieke en Fred, jullie zouden hier zielsgelukkig worden :)

Aangekomen in Port Augusta waren we ineens niet zo blij dat we weer in de bewoonde wereld waren, een stad gevuld met aso's en abo's, gepimpte auto's en dronkelappen...de andere kant van de Australische samenleving...de achtergestelde Aboriginal groep. Ongeloofelijk hoe een cultuur die zo in harmonie met elkaar samenleefde en met een onuitputtelijke kennis en respect van de natuur, zo in verval is geraakt. Moeilijk om te zien. Later leerden we in het Aboriginal instituut in de Grampians dat het de Aboriginals erg moeilijk is gemaakt tijdens de kolonisatie en daarna in een bijna op apartheid lijkende constructie de integratie bijna onmogelijk is gemaakt tot zelfs aan het begin van de jaren 90. Schrijnend. Het huidige beleid is multicultureel en gericht op herstel van de Aboriginal cultuur, een grote verbetering en uitdaging...

Het was inmiddels eerste kerstdag, wat we niet echt doorhadden, maar alles was gesloten in Adelaide, dus besloten we de stad te skippen en door te gaan naar Christies Beach. Onze eerst wildkampeer actie, we parkeerde The Big O aan het strand en toen was de kerstborrel ineens op het strand in het zonnetje en even later het kerstdiner met de zonsondergang. We hadden het niet beter kunnen bedenken! Alleen...onze lieverds waren er niet bij...en daar had Sil die avond wel even last van. Ze mistte thuis en kon maar slecht slapen. Na een stevige strandwandeling en een sterke bak koffie kon ze er weer tegenaan en vertrokken we naar McLaren Vale, het opkomende wijngebied in Australie en grote concurrent van de Barossa Valley. We hebben onszelf, na weken noodles en pasta, getrakteerd op een heerlijke lunch met nog lekkerdere wijn bij het wijnhuis Woodstock. Mocht je de Sauvignon Blanc van hun ergens tegenkomen, gelijk inslaan! (De Semillon Sauvignon Blanc is ook heerlijk overigens!)

Na een middag fijnproeven, vertrokken we richting de Grampians, een nationaal park ten westen van Melbourne. En EINDELIJK stond Melbourne op de borden, ons eindpunt, wat na zoveel kilometers echt een kleine euforie teweegbracht, het einde was in zicht...en we beseften ons toen ineens heel erg, dat deze euforie een slecht teken was. We hadden wat verkeerde beslissingen genomen, we wilden te veel zien in een te korte tijd en moeste te veel kilometers afleggen. Waardoor het rijden de hoofdzaak werd en het zien van Australie de bijzaak. GROOT leermoment en dit pasten we gelijk toe voor onze plannen in Nieuw Zeeland, geen busje meer, minder kilometers afleggen en niet alles willen zien, maar keuzes maken. Je bent nooit te oud om te leren! :)

Enfin, de tocht bracht ons in de Grampians, een prachtig woud vol watervallen en EINDELIJK kangoeroes!!! Sil riep: "Skippy!". De beesten liepen / sprongen gewoon in het wild rond, om de tent heen. Echt bijzonder. En wat dit park nog uitzonderlijker maakte waren de Aboriginal rotstekeningen en het Aboriginal Cultural Insitute. Onder de indruk van de rijke cultuur en de heftige historie, verlieten we deze prachtige plek, richting de Great Ocean Road!! En weer vergisten we ons in de reistijd, bijna dagelijks kwamen we uren later aan dan gepland, de wegen waren toch minder goed, het busje langzamer en wij steeds moeier van het rijden. Maar, vervolgens parkeren aan het strand en nog even uitwaaien in de zon, was die dag ons kado voor het rijden. En de volgende ochtend, heuuul vroeg opgestaan, om dan eindelijk aan die grote weg langs de oceaan te beginnen. We konden niet wachten! En werden beloond met prachtig weer (het was inmiddels in de rest van Australie overstroming en inslag.) bijna geen toeristen en een uitzicht op de kliffen die fenomenaal was. Great die ocean road! De lunch was aan een strandje in Port Cambell en daarna stonden de 12 Apostelen op het programma, alleen waren we slecht voorbereid. Hadden voor de periode tussen kerst en oud en nieuw geen camping geboekt, heel slecht plan, weten we nu. Want alle Melbourians, toeristen en regio Victoria komen in deze periode naar de kust. In een gebied van 250 kilometer was er nog maar 1 camping met plek. In Apollo Bay. Dus wij moesten die plek hebben natuurlijk en sjeesten voorbij de 12 apostelen in de vooronderstelling dat we nog 3 dagen zouden hebben om terug te komen en ze te zien. Nooit gedaan...Steph vond dat prima, Sil strubbelde nog wat tegen; "T is net naar Parijs gaan en dan de IJffeltoren niet bezoeken." We kwamen aan bij de camping in Apollo Bay en konden nog een plekje krijgen...op 'The Hill'. We waren heel blij dat we een plek hadden en dat we eindelijk 3 dagen op 1 plek konden blijven en niet hoefden te rijden. Alleen was het de verkeerde plek... We vroegen de eigenaresse (dame van 60 jaar) van de camping wat er in het dorp te doen was voor oud en nieuw, 'Just gettin pissed!', 'Ok, any fireworks then?' vroegen wij, 'No, basically just getting pissed'. We zaten op de aso camping! En sliepen op the hill, wat inhield dat je in een hoek van 45 graden slaapt, niet leuk. Sil had het de tweede dag echt gescheten, vond het niet leuk meer. Maar beseften ons al heel snel dat we niet mochten zeuren en we er het beste van moesten maken. Dus, we besloten zo weinig mogelijk op de camping te zijn en gewoon lekker te eten in het dorp. Die avond was het pizza en naar de film, The Social Network, top film, we moesten achteraf gelijk op Facebook om dit te delen met de wereld :). En het was fijn om de hersenen weer een beetje te laten werken, deze gaan toch een beetje op sluimerstand tijdens zo'n reis. De volgende dag was het super mooi weer en hadden we nieuwe buren. Een hele vriendelijke familie uit het binnenland, die een krik mee had, die nacht sliepen we waterpas. Steph besloot om een surfboard te huren om zijn skills weer even te testen, het moment dat hij met het board de deur uitliep, begon de storm en 50 minuten later kwam Steph met rode ogen en schaafwond op z'n knie teruggelopen. Mission Impossible. Even later raakten we in het park aan de praat met 3 vrienden uit Melbourne, die Steph een lesje Aussie rules football hebben gegeven. Daarna moesten we ons haasten naar de camping, want Steph had nog een cricket afspraak met de nieuwe buren. Hij was er maar druk mee en kwam toch aan z'n portie lichaamsbeweging toe die dag.

Het was oudjaarsavond, dus besloten we weer eens naar een restaurant te gaan, in The Bay Leaf trakteerden we onszelf op een heerlijk glas wijn en fantastisch maal. Wat kan dat dan lekker zijn! Na het eten gingen we nog even naar de kermis, waar Sil met haar basketbal skills een pluche kangoeroe gewonnen heeft, deze versierde de komende week het dashboard van ons Wicked busje. Het was toen ongeveer 22.00uur en wij waren al moe! De weken daarvoor waren we iedere dag vroeg opgestaan en vroeg naar bed gegaan, 24.00uur leek bijna onhaalbaar. Gelukkig hielp de fles bubbels ons hier bij. Dit was overigens de tweede fles, de eerste fles hadden we opgeborgen bij onze nieuwe vrienden uit Melbourne, die we later weer in de kroeg zouden ontmoeten. Toen bleek de entree voor de kroeg te zijn, van 30 dollar pp, een kroeg gevuld met niet helemaal de mensen met wie we het nieuwe jaar in wilden luiden, dus besloten we na een snelle rekensom, dat het goedkoper en leuker zou zijn om een nieuwe fles te kopen en samen op het strand de voornemens door te nemen en naar het vuurwerk te kijken. In Nederland hadden we ons een NYE feestje voorgesteld op slippers, door het slechte weer, moest Sil bijna al haar kleren aan trekken om het een beetje warm te hebben. Toch was het een mooie jaarwisseling, de eerste samen en aan de andere kant van de wereld. En rond kwart voor 12 stroomde het strand vol en het vuurwerk was prachtig. Om half 1 waren we terug op de camping en betrapten we onze buren (jaartje of 45) op het stiekem roken van een jointje in hun auto. Ze schrokken zich te pletter toen we op het raam klopten om ze te feliciteren, dachten dat we de camping security waren. We dronken nog een drankje met ze en sliepen rond half 2, ook historisch vroeg.

De volgende dag vertrokken we naar Queenscliff, weer niets geboekt, dus hopen op een plek. Eerste camping vroeg 107$!!! voor een tentplek, mafkezen. De tweede camping, direct aan het strand, was 30 dollar, dus parkeerden we daar. En aten noodle soep weer... Dit was de eerste keer dat Steph z'n eten liet staan, hij kon geen noodle soep meer zien. We gingen nog even over het strand wandelen en door het dorpje heen en waren op slag verliefd. Het was het eerste dorp in Australie dat leefde, leuke restaurantjes, theater en had een boekenwinkel zelfs en de schattigste huisjes, met veranda en grote tuinen. Daar zagen we onszelf al zitten. De volgende ochtend maakten we eerst een lange strandwandeling in de hoop de bekende rip te bereiken, dit was alleen te ver. Daar reden we later naar toe en kwamen aan de andere kant van het schiereiland, waar een zwemwedstrijd aan de gang was en de locals gezellig samenwaren en lekker aan de wijn zaten. We zagen onderweg golf courses en yoga scholen, en besloten toen dat dit dorpje wel heel veel van onze wensen vervulde. Kleiner dan een stad, groter dan een dorp, zee, golven, yoga, cultuur, natuur, mooie huizen, actieve inwoners, vlakbij een grote stad (Melbourne). Het was zondagochtend en we wilden nog even koffie drinken, en we hadden de dag ervoor een mooie plek gezien, een oude kerk die omgebouwd was tot restaurant. Prachtig gedaan. Met grote banken en zitstoelen in het midden. Wij ploften daar neer en na 3 uur koffie drinken en echt de tijd nemen om de krant te lezen, concludeerden we dat we nu wel snapten waarom mensen op zondag naar de kerk gaan.

Daarna gingen we eindelijk op weg naar Melbourne, en besloten de eerste dag in St Kilda door te brengen. We streken neer op een terrasje in de zon van een italiaans restaurantje en dronken heerlijke wijn en smulden van een bord vol hapjes. Een yuppenwijk, met veel restaurantje en vlak bij het strand. Een strand dat die dag vol was met kiters. Echt prachtig! En pinguins. Te gek! We gingen nog even in de zon liggen in het parkje, waar bijna niemand is, ook even wennen. Melbourne heeft ongeveer evenveel inwoners als groot Amsterdam, maar is vele malen groter, er is meer leefruimte en dat merk je. Die avond hadden we onze laatste avond in de Wicked, daar waren we niet rouwig om, we stonden vroeg op om 'm weg te brengen. En daarna snel door naar eindelijk weer een echt bed. Na de spullen gedropt te hebben doken we het centrum van Melbourne in, via de wandelroute, kwamen we eerst door Chinatown (nog nooit zo'n schone Chinatown gezien) en daarna door alle kleine straatjes, met gezellige koffiebarretjes (een van de hoofdactiviteiten van de Melbourianen), boetiekjes, galerien en veel graffiti op de muren. Heel sfeervol. Daarna liepen we langs de rivier, met vele roeiverenigingen, door naar Fitzroy en Carlton. Hippe artiefartie wijkjes waar we een kroegentochtje gingen doen. Aangezien we al maanden niet goed doorgezakt waren, sloegen deze goed in. Die nacht moesten we om 3 AM naar het vliegveld om naar Sydney te gaan. Hier kwamen we met een kater aan bij het schattige hostel in de wijk Glebe. Rustig buitenwijkje, expres voor gekozen om te kijken hoe het 'echte' leven in Sydney zou kunnen zijn. Het was ons iets te rustig, beetje saai, dus trokken wij naar Bondi Beach. En dat is echt een surfplek zoals je je dat voorstelt en in de films ziet. Mooie mensen, boards in het water, hardlopers en allemaal heel ontspannen. Wij waren helaas niet helemaal fit om te participeren en spreidden ons kleedje om het allemaal te bekijken. Een kort dutje later zaten we weer in de bus terug naar het hostel. Waar we een dorm hadden, Sil was helemaal gelukkig, weer even in een bunkbed slapen bracht heel veel goede herinneringen terug. Helaas brachten de twee stelletjes in de andere twee stapelbedden die bij elkaar in de bunk lagen en de Engelse bierliederen ook wat andere herinneringen naar boven :). Sydney was de tweede keer toch minder leuk, wellicht ook omdat het weer minder was en wij een kater hadden. Melbourne en Queenscliff zijn onze favoriet!

Down-under zit er op voor ons, wat een immens land, en wat een immens prachtige en diverse natuur hebben wij gezien. Ondanks het iets te snelle tempo, was het een geweldig avontuur, want iedere dag kregen we als beloning voor het rijden weer een prachtige plek voorgeschoteld. We hebben onze mooiste stranden gezien, de hoogste bomen, kleurrijke zonsondergangen, koala's, kangeroes, pijlstaartroggen, de grootste trucks (ook wel road trains genoemd) en tijdens het rijden ongeloofelijke uitzichten gehad op de prachtige natuur. Vaak kwamen we weer een heuvel op rijden en vielen daarna beide even stil...en konden alleen 'Keuuh-ris-tus, wat is het hier mooi' zeggen... Indrukwekkend.

Volgende stop; Kiwi land!

Veel liefs,
Steph & Sil

De foto's zijn te vinden op: http://picasaweb.google.com/sillypavlovic/Week8910Australia#

Sunday, December 12, 2010

Week 6/7 - Nieuwe hobbies

"We gaan naar Bali", zongen we euforisch toen we onze tickets hadden geboekt, en dat gevoel was er nog steeds toen we landden. Vanuit de lucht werd al duidelijk dat we in een paradijsje terecht zouden komen. We zaten middenin onze reunietour, dus we werden opgehaald door een bekende, Nicole, een heel relaxed vriendinnetje van Sil. De eerste nachten mochten we bij haar logeren en we vielen direct met onze neus in de boter: Wat een mooie villa! We hadden onze eigen kamer grenzend aan het overdekte, maar verder open, woongedeelte. Achter het pand een douche in de buitenlucht en naast de kamer van Nicole een groot zwembad omgeven door veel tropisch groen. In de tuin stond verder nog een houten massagetafel waar Frits en ik later nog onder handen zijn genomen. Frits en Marinke vierden hun laatste dagen op Bali en nadat we onze spullen hadden gedropt zijn we direct naar het hippe Kudeta gegaan, waar zij al op hun bedjes lagen. Zo leuk om elkaar weer terug te zien! Frits en Steph liepen elkaar in slow-motion tegemoet over het strand :) Na een paar borrels op het strand moest er uiteraard nog even geshined worden op het terras. Er bleken nog meer bekenden uit het Nederlandse nachtleven te zitten, want na even goed kijken spotte Steph Nadine. Zij was hier met haar vriend om hun bruiloft te regelen. Zijn mindere locaties denkbaar.


De beste golven lopen 's ochtends vroeg binnen, dus om half zeven zaten wij op onze scooter om met Frits en Marinke richting Canggu en Tugu Beach te gaan. Daar zijn ons de eerste beginselen van het golfsurfen door Frits bijgebracht en die smaakte, voornamelijk voor Steph, naar meer. Onderweg terug zijn we nog aangehouden door een nepagent die ons een boete wilde laten betalen voor het feit dat we maar 1 helm meehadden. Nadat Sil om legitimatie vroeg konden we snel weer doorrijden. De volgende dag werkte die truc helaas niet, want toen bleek het om echte agenten te gaan en waren we dus ook echt geld kwijt. We hebben daarna een heel gezellig afscheidetentje met Frits en Marinke gehad, in La Plancha, Frits was aan het koken van de hitte, de volgende dag vertrokken ze terug naar Nederland, waar Frits weer af kon koelen. Wij vertrokken de volgende dag naar het binnenland van Bali, naar Ubud.


In een van de yoga mekka's van de wereld (ook Liz uit Eat Pray Love is hier geweest!!) konden we logeren bij Allard en Claire, die na een succesvol ondernemersavontuur van vier jaar in San Fransisco, samen met hun kids Jip en Rosie een jaar de stekker eruit hebben getrokken op Bali. Dit was wederom een feestje, de Bintang werd gelijk ingeslagen en gekletst tot in de nacht. De volgende ochtend was door Allard en Claire onze lekkerste massage tot nu toe geregeld, zodat we ontspannen aan de activiteit konden beginnen. Steph's eerste yogales!!! De inleiding in deze wondere wereld werd gegeven door Becks en die raakte de juiste chakra bij Steph. Dit is echt leuk en geeft veel voldoening, dus de volgende dag zijn we weer meegegaan naar een les. Yogi Daniel hield het tempo er goed in, inhale/exhale, waardoor de opwaartse boog wat minder strak stond dan de dag ervoor.

Ubud hebben wij een dag op de motor verkend, maar eigenlijk veel tekort. Deze plek vraagt om meer tijd. Na de Sinterklaas cadeaus te hebben aangevuld en een van de slechtste films ever hebben gekeken; Grown Ups, hebben we na drie dagen alweer afscheid moeten nemen van Ubud en zijn we doorgegaan naar het zuiden van Bali, Canggu.


In Canggu zijn Marieke, een oude klant van Steph, en Joost een homestay begonnen en hadden twee weken ervoor twee luxe appartementen geopend. Hier kon Sil aan haar kleur werken en Steph aan zijn tweede nieuwe hobby, golfsurfen. De tweede dag kreeg hij priveles van local Frankie die hem in twee uur theorie en praktijk op een longboard liet staan. Praktisch elke golf werd gepakt en ook dit smaakte naar meer. Door het slechtere weer en de lage swell de dagen erna kon er niet meer gesurft worden, maar de komende maanden Australie, NZ en Zuid-Amerika zullen er nog kansen genoeg komen.


Nicole hebben wij de dag voor we van Bali vertrokken bedankt en gedag gezegd. Samen met Steph heeft zij nog een yogales in Desa Seni genomen, een briljant mooie plek in Canggu. Sil had Bali belly, geen pretje.


De volgende dag zijn we met de bus het eiland afgereden en per boot naar Java gegaan. De nachtbus bracht ons in Yogyakarta waar een paar weken eerder een vulkaan was uitgebarsten. De gevolgen hiervan waren zeer zichtbaar, palmen met hangende bladeren, overstroomde huizen, overal as op de grond en afgebroken bruggen. We zijn met een privebus naar de Borobodur gereden en onderweg hebben we veel ellende gezien. Door het slechte weer waren we overigens de enige toeristen bij dit bekende heiligdom, waardoor we wat bijzondere foto's konden nemen. Van Yogyakarta zijn we per trein naar Jakarta gereisd, omdat daar ons vliegtuig naar Australie vertrok. Behalve de VOC geschiedenis is hier niet veel te zien, dus we waren blij dat we weer naar een nieuwe plek vertrokken!

Azie zit er op voor ons, het was prachtig! De natuur is overweldigend groen, de mensen bescheiden, de straten chaotisch, het eten overheerlijk! Gaan Azie missen, en zijn ook blij om de komende 6 weken even niet voor alles te onderhandelen, of niet bij elke aankoop opgelicht te worden en ook zal het een welkome verandering zijn om gewoon met de locals te kunnen praten!
Down under here we come!!!

Veel liefs,
Steph & Sil

Week 5/6 - TukTuk? Taxi? Transport?

Phnom Penh. You love it and you hate it. De eerste indruk was goed. Het waterfestival was in volle gang en de stad zag er goed uit. Na wat geneuzel met een tuktuk driver, die ons ondanks zeer heldere instructies toch naar een ander hostel wilde brengen, hadden we snel een slaapplek in de gewenste buurt gevonden. We zijn direct de stad ingelopen en waren niet de enigen.. Over 100 meter deden we tientallen minuten en we vroegen ons af hoe dit goed kon blijven gaan. Bij ons in de straat stond zeker twee uur een ambulance met loeiende sirenes die geen kant op kon. Onderweg kreeg Steph het nog aan de stok met een net iets groter dan gemiddelde Cambodiaan die met zijn smerige, lange nagels in Steph's pols ruzie zocht en om geld vroeg. Het liep met een sisser af, maar het litteken staat er nog. De volgende dag zijn we vroeg op pad gegaan, zodat we ook weer vroeg terug zouden zijn. Die dag zijn we naar Tuol Sleng (Security Prison 21 (S-21)) en the Killing Fields of Choeung Ek gegaan. Heel aangrijpend. 's Middags nog even naar het roeien op de Mekong, 60 man in een drakenboot, en daarna op tijd naar het guesthouse. Dat dit een goeie keus was bleek de volgende ochtend toen we hoorden dat vlakbij op een brug zo'n 400 mensen waren doodgedrukt nadat paniek was uitgebroken.

Na de hectiek van Phnom Penh was Siem Reap een welkome afwisseling. Het stadje vlakbij Angkor Wat is relaxed en gezellig. Hier vonden we ons eerste hostel met zwembad. Sil wilde naar de kapper en Steph vond dat hij ook wel wat ontspanning verdiend had. Dus twee deuren van de kapper lag hij op een ietwat sompig bedje klaar voor een traditionele Cambodiaanse massage...dacht Steph. Ver voor het afgesproken uur stond hij teleurgesteld, want geen goeie massage en kruisgrijperij, weer naast Sil. Enfin, de volgende dag zijn we naar de tempels gefietst, de hele dag zo'n 40 km. Eerst naar Ta Prohm, waar de bomen uit de tempels groeien. En toen naar Angkor Thom en Angkor Wat. Indrukwekkend en heet. Om drie uur hadden we gezien wat we wilden zien en om vier uur lagen we in het zwembad.
De tocht per boot van Siem Reap naar Battambang was heel mooi. Over Tonle Sap Lake dat tijdens regentijd verviervoudigt in omvang en een van 's werelds grootste bronnen voor zoetwatervissen is, en door nauwe waterwegen. In Battambang zijn we helaas een camera kwijtgeraakt, maar gelukkig hebben we er nog een.

De volgende dag vertrok de bus naar Bangkok, eerst stop op de reunie tour, op weg naar de familie Winkelhuijzen. Die avond hebben we in de Beemsterstraat met Jan-Willem, een middelbare schoolvriend van Steph die nu voor DHL in Thailand werkt, en zijn vrouw Annemarie tot drie uur gekletst en gedronken. We hebben daar een beetje van het expat-leven meegekregen en zijn onder meer meegegaan naar de voetbaltraining van hun zoontje Gijs op het terrein van de ISB (International School of Bangkok). Steph trapte daar een balletje met de jongste, Tom. De oudste, Jan, had Nederlandse les en kwam later naar training. Op de terugweg kon Steph de verleiding niet weerstaan en liet aan de mannen zien hoe je een bal op de driving range wegslaat. Er wordt hard gewerkt, maar het leven van een expat is zo slecht nog niet. We kwamen tot de conclusie dat wij wel zouden kunnen wennen aan het leven zoals Jan-Willem en Annemarie dat voor zichzelf opgebouwd hebben. Zeker in een stad als Bangkok waar in vergelijking met HCMC en PP een betere sfeer hangt en veel te doen en te zien is. Uiteraard zijn we China Town nog even ingerend en hebben we op straat voor drie dollar een noodle soepje geluncht. Liepen we in een grote, Westerse mall meteen tegen een North Face shop aan waar Sil eindelijk een goeie tas kon kopen. Daarna zijn we na een taaie onderhandeling (je blijft onderhandelen in Azie!) met een tuktuk driver naar Khao San Road gegaan en van daaruit met de boot stroomopwaarts in een uurtje naar de expatwijk van de familie Winkelhuijzen. Na nog een avondje oppassen op de boys vertrok de volgende dag vroeg in de ochtend ons vliegtuig naar Bali!