Monday, January 23, 2012

Tumbas Reales, Mancora (Peru) & Quito (Ecuador)

Op zondag 12 juni vertrekken we in de avond vanuit Huaraz richting het noorden van Peru. Na onze avonturen op high-altitude in de Andes zijn we wel weer toe aan de zee, maar niet voordat we het mooiste museum van Zuid-Amerika hebben gezien. Via Trujillo brengt Rocky, onze buschauffeur, ons naar Chiclayo waar we de volgende dag al snel een goed hotel vinden. De kamer is klein en zonder daglicht, maar met tv, wat ons twee nachten in een saai stadje goed uitkomt.

De volgende dag zijn we met een lokaal busje (“un micro”) naar Lambayeque gereden waar het museum zich bevindt. Die busjes zijn al een attractie op zich, omdat het altijd druk is (ze rijden niet weg voordat ze vol zijn), er altijd muziek aanstaat, ze overal en voor iedereen stoppen en mensen vaak in zijn voor een praatje met “extranjeros” die een beetje Spaans spreken. Het museum ligt middenin een woonwijk en steekt behoorlijk af tegen de omgeving, omdat het een stuk moderner is. Pas in 1987 zijn de graftombes van Señor de Sipán ontdekt en in 2002 is het Museo Tumbas Reales de Sipan geopend. De ontdekking van deze uitbundige cultuur die eerder bestond dan de Inca’s is belangrijk voor de Peruanen geweest en laat een grote mate van ontwikkeling zien gepaard met rituelen, symbolen en veel bling-bling. Nadat Sil een mooi aandenken had gevonden zijn we gaan eten in misschien wel het beste visrestaurant van Peru en ‘s avonds vroeg onder de wol gekropen om fit aan de reis naar onze laatste Peru bestemming te beginnen.

Mancora, surfers’ paradise! En dit dorpje voldeed volledig aan de verwachtingen. Ons hostel Kon Tiki Bungalows, staat om te beginnen al met stip in onze overall hostel top-5! Juerg, de Zwitserse eigenaar, haalt ons met zijn lelijke eend op van het busstation, zodat we niet met onze tassen naar boven hoefden te lopen. De locatie van het hostel is dan ook briljant en je kunt de hele omgeving inclusief zonsop- en ondergang bekijken. Dan de kamer, dit was een vrijstaand bungalowtje met schuifdeuren naar de hangmat en het uitzicht. Daar worden we meestal opgewacht door onze huispoes, een zwerfkatje, die we Myriam hebben gedoopt, naar onze geliefde Spaanse lerares uit Buenos Aires. De eerste avond vinden we in de hoofdstraat meteen een restaurantje naar onze smaak. Van de bbq-vis met advocado-salade en patat hebben we meerdere malen genoten.
Op de “Gringo-trail” kom je vaak dezelfde mensen tegen en het was leuk dat onze vrienden Nils, Ben en Jill er ook zijn. Naast een aantal sunset-borrels zijn we een avond op pad gegaan met z’n vijven. Nadat we de beruchte Loki-vestiging niet binnenkwamen zijn we naar een alternatief kroegje gerund door Fransen gegaan. Het was nog vrij rustig toen we binnenkwamen, op wat in hun vrije tijd jonglerende en schilderende Fransen en Argentijnen na. De muziek was ok, modern en steeds dansbaarder. Toch hielden Sil en ik het niet langer uit dan tot een uurtje of elf en lieten Nils, Ben en Jill achter. Toen we ze de volgende dag weer tegenkwamen had Nils een blauw oog en een petje op. Eerst het oog. We hebben al verteld dat drank bij Nils weleens verkeerd kan aankomen en hem van een beleefde Engelse jongen doet veranderen in een onberekenbare hooligan. Het bleek dat hij de nacht ervoor weer goed in het glas gekeken had en op het uiteindelijk zeer druk geworden feestje ruzie met de Fransen kreeg. Op zich niks nieuws. Daarna wilde hij echter naar z’n hostel en zocht een taxi, omdat het toch niet helemaal veilig was op dat uur. Hij kon niets vinden of niemand nam hem mee, dus toen is hij maar gaan lopen. In het straatje naar z’n hostel stond een groepje jonge Peruanen, waarbij een lamme toerist als een rode lap op een stier werkt. Binnen de kortste keren kreeg hij het aan de stok en zat er een vuistafdruk op z’n oog. Voordat het echt uit de hand liep kon hij gelukkig wegkomen. Dan het petje. Nils wilde eigenlijk wel kort haar en had door ons de tondeuse leren waarderen. Zijn hoofd was inmiddels aan de volgende scheerbeurt toe en daarom had ik hem de dag daarvoor mijn tondeuse geleend. Ondanks zijn brakke hoofd en dankzij de hulp van Ben en Jill ging het scheren in eerste instantie prima. Toen hij echter na zijn bakkebaarden zijn hoofd nog even wilde doen, was hij vergeten dat het beschermstuk er niet meer opzat, waardoor er een omgekeerde Mohawk op zijn hoofd zat.

De dagen daarna is Steph zich gaan richten op zijn nieuwe hobby kitesurfen. Om wat ervaring met de wind te krijgen werd de eerste dag alleen met een kleine kite gewerkt. Beetje spelen om nog hongeriger te worden naar het echte werk. En daar moet je soms een beetje geduldig voor zijn, omdat de wind er niet altijd is als jij dat wilt. Elke ochtend rustig wachten totdat de witte schuimkopjes verder op zee te zien zijn, vanuit ons appartementje uitstekend te zien. En dan meestal rond een uurtje of een vertrekken. De tweede dag leerde ik Skip kennen, de uitgesproken Australische eigenaar van de surfschool. Mooie kerel die geen blad voor de mond neemt, waardoor hij soms op didactisch gebied wat steken laat vallen: Son of a bitch, why did you do that!? Zonder aan te geven hoe het op dat moment wel moet. Om op elke gewenste plek te kunnen komen , elke kitekans te kunnen pakken en om afgedreven kiters te kunnen terughalen, heeft Skip een buggy. Als de wind goed was gingen we om de drukte te vermijden naar het nabij gelegen strand Los Organos. En aangezien Steph er het meest betrouwbaar uitzag kon hij als bestuurder van de buggy een beetje indruk maken op Sil, die meeging die dag. Ondanks de goede wind en “stimulerende” opmerkingen van Skip ging het nog niet helemaal naar wens, maar het kitevirus zal niet meer verdwijnen.

Ook aan onze andere hobby, yoga, zijn we ruimschoots toegekomen. Samana Chakra is een yogaresort, waar bijna elke dag een ochtend- en middagles worden gegeven. Het ligt aan een rustig deel van het strand en ziet er met de infinity pool erg luxe uit. In de eerste ochtendles ging Steph voor het eerst met een stoel aan de slag. Was even wennen. Maar de dag beginnen met yoga blijft perfect. Een dag later zijn we echter naar de middagles gegaan en die beviel ook heel goed. Aan het einde van de sessie, op het moment dat de zon in zee zakte en wij dat vanuit de zaal door het grote raam uitstekend konden zien, sloten we af met een aantal zonnegroeten. Heel indrukwekkend. En daarna rustig teruglopen naar het appartement over het strand maakte het af.

Vlak voordat wij zouden vertrekken arriveerde onze goede Australische vriendin Caroline in Mancora. Zij had na een periode veel stappen ook wel zin in wat yoga, dus we hebben met z’n drieën een middagsessie gedaan. Jamie, de Australische masseur, was voor langere tijd in Mancora om vrijwilligerswerk te doen. Met z’n vieren hebben wij onze laatste avond een hapje in een Aziatisch restaurant gedaan. En dat was perfect, het was jammer dat we hier niet eerder waren gaan eten. Sowieso was Mancora perfect, we zouden in eerste instantie een dag of vier blijven en het zijn er uiteindelijk elf geworden.

De volgende dag naar Quito, Ecuador, weer een grens over. Het ticket had wat voeten in de aarde, na even zoeken vonden we het verkoopkantoor aan huis waar “the only gay in town” op een willekeurig papiertje onze tickets schreef. Aan de overkant van de straat zat overigens een klein huiskamerrestaurantje waar we voor een paar dollars een perfecte driegangenmaaltijd hebben gegeten: Groentensoep, kip met aardappelen en een toetje. Tijdens het wachten op de bus ontmoetten we een andere Nederlander die in Mancora was overvallen. Ondanks de relatieve veiligheid in dorpjes ten opzichte van steden blijft het meestal onverstandig om in het donker een onverlichte straat in te lopen. Hij is er, ondanks met een mes bedreigd te zijn en wat spullen kwijt te zijn, met de schrik vanaf gekomen. Eenmaal in de bus was het de vraag of we tot en met Quito konden blijven zitten, of dat we bij de grens moesten overstappen. Onze homo had het blijkbaar toch goed geregeld, want bij de grens kregen wij persoonlijke begeleiding van de busmaatschappij die ons met een taxi netjes en veilig bij de juiste busmaatschapij afzette waar we nog even op de bus naar Quito moesten wachten. De andere Nederlander die naar Guayaquil ging leek het minder goed voor elkaar te hebben. Zij moesten het bij de grens zelf uitzoeken en daar heeft een gringo meestal wat omkoopgeld voor nodig. Dat had hij niet, dus hebben we hem op goed vertrouwen twintig dollar geleend, wat hij niet heel veel later netjes terug heeft gestort. Je bent er om mekaar te helpen nietwaar?

Na wederom een nachtrit kwamen we de volgende ochtend aan in Quito, de hoofdstad van Ecuador. Voor Sil heel bijzonder, omdat haar solotrip drie jaar geleden in deze stad begon. We hadden een hostel gevonden in de wijk La Mariscal aka Gringolandia, het gedeelte waar de meeste backpackers zitten. Toen wij aankwamen was het erg rustig en konden wij zonder problemen naar ons hostel komen, maar schijn bedriegt. Deze wijk staat slecht bekend en ‘s avonds moet je zelfs voor de kleinste stukjes een taxi nemen, want overvallen gebeuren hier bij de vleet. Een straat achter ons hostel staat de school waar Sil drie jaar geleden haar Spaanse lessen had en waar ze veel vrienden heeft leren kennen. Steph overwoog nog even om de dichtbij gelegen vulkaan Cotopaxi op te fietsen. Helaas waren de kosten echter hoog en het fietsen beperkt, dus daar zag hij vanaf. We hebben nog een middag door het Unesco centrum van de stad gelopen, erg mooi, en toen vonden we het eigenlijk wel genoeg in Quito. Ons budget was niet toereikend om de mooie natuur van Ecuador en de Galapagos te zien en we hadden erg veel zin in het volgende avontuur, Colombia!

Wednesday, January 18, 2012

Lima en Huaraz

Onze busreis naar Lima voert ons onder meer langs Nazca. Hier zijn de beroemde Nazca lines te zien, grote figuren verspreid over 500 km2 die alleen vanuit de lucht goed zijn te zien. De aantrekkingskracht wordt vergroot doordat nog steeds onduidelijk is wie deze figuren gemaakt heeft en waarom. De vliegtocht gaat boven ons budget, dus wij besluiten door te reizen naar de hoofdstad.

‘s Middags komen wij aan bij ons hostel The Family Backpackers in Miraflores. Het hostel heeft dezelfde eigenaren als het door ons gewaardeerde Pisco & Soul in Cuzco, maar helaas vallen de sfeer en ons kamertje waarvan het raam grenst aan de interne trap een beetje tegen. Dat mag de pret niet drukken, want we zijn hier tenslotte voornamelijk voor de Champions League finale Barcelona – Manchester United. Steph gaat zorgvuldig te werk bij het uitzoeken van de locatie waar gekeken zal worden en de keus valt op de Irish Pub in Pizza Street, de omgeving waar de meeste backpackers verblijven. Onverwacht schuiven onze vrienden Nils en Ryan ook aan, want hun verblijf in Pisco viel nogal tegen. Daarom namen zij zaterdagochtend een taxi om na een rit van vier uur op tijd voor de finale te zijn.

De wedstrijd begint om 13.00u lokale tijd en het stroomt al snel vol, dus het is goed dat we een tafeltje voor het grote scherm hebben gereserveerd. De Barcelona fans zijn in de meerderheid, waar Nils nogal moeite mee heeft. Om een bodem voor het bier te leggen bestelt hij fish and chips, want het drinktempo ligt hoog. De grote pints doen hun werk en binnen de korste keren zijn Nils en Steph dronken, de sfeer is top! Daardoor heeft Nils na afloop gelukkig weinig moeite met de uitslag. Tijdens de wedstrijd raken we in gesprek met onze Engelse buurvrouw Sarah en haar aanstaande Peruaanse man. Zij blijkt een ware Jekyll and Hyde die eigenlijk wel in is voor een feestje. Het eindigt met een hapje eten in Larcomar, een super de luxe mall die gebouwd is op een klif, waar de authentieke Zuid-Amerikaanse sferen ver te zoeken zijn. Niks aan dus.

De volgende dag zwerven we een beetje door de straten van Miraflores, een van de betere wijken van Lima. Door de auto’s en huizen voelt het Amerikaans aan en de toegangspoorten en beveiligingscamera’s bevestigen dat er veel geld zit. De extremen in Lima zijn groot en dat geldt zowel voor de kloof tussen arm en rijk als tussen mooi en lelijk (de stad welteverstaan). Sil houdt er niet van, Steph kan er wel aan wennen. Lima en Peru staan bekend om de goede keuken. In de rest van Zuid-Amerika is eten voornamelijk praktisch, een energiebron, hier is de keuken verfijnder. Het gaat om smaken en genieten, zelfs in de kleinste restaurantjes. We trakteren onszelf op een overheerlijke lunch in visrestaurant Red in Miraflores. Eindelijk weer een goed glas wijn, heerlijk eten en een goede service. Het is zondagmiddag en de tent zit stampensvol met lokale families en wij genieten met volle teugen.

De laatste dag in Lima staat in het teken van schoenen kopen voor Steph. Al sinds Chile zitten de gaten in zijn Puma’s, het lijken net sandalen. En maat 46 is niet te vinden, alle verkopers die we er tot dusver om gevraagd hebben moeten allemaal hartelijk lachen. Aangezien er veel expats in Lima zitten hopen we hier te slagen. We worden naar Pollo Azules gestuurd, een groot warenhuis in een slechtere buurt van de stad waar alle (nep)merken te krijgen zijn. Eindelijk lukt het om maat 12 te vinden en dolblij met zijn nieuwe Reefs neemt Steph middels een paar foto’s afscheid van zijn afgetrapte gympies voordat hij ze bij het vuil zet. Die avond vertrekken we richting Huaraz. We zitten middenin de verkiezingen en op het busstation zien we het laatste verkiezingsdebat tussen de overgebleven kandidaten ex-militair Ollanta en Fujimori, de dochter van de oud-president en dictator die momenteel vervolgd wordt voor corruptie en schending van de mensenrechten. Welcome to South America! Leuk om te zien dat echt iedereen in het busstation geboeid naar het debat zit te kijken. Ze houden van hun TV, we weten het, maar toch.

Huaraz, hoofdstad van het trekkingmekka van Peru en Zuid-Amerika en na de Himalaya’s het hoogste berggebied ter wereld met 22 bergtoppen boven de 6.000 meter! Het gebied wordt gemaakt door de Cordilleras Blanca en Huayhuash en in het laatste staat de berg Siula Grande waarop Joe Simpson zijn avontuur beleefde waarover hij schreef in het beroemde boek “Touching the Void”. Wij verblijven in hostel Churup dat doet denken aan een Alpen chalet en we voelen ons er erg thuis. De kamers zijn ruim en comfortabel en de eetkamer en keuken op de bovenste verdieping hebben prachtig uitzicht op de Cordillera Blanca met elke avond een kleurrijke zonsondergang.

Op advies van Geert, met wie we de homestays op weg naar Machu Picchu hebben gedaan, komen we in contact met Guido. Hij is zeven jaar geleden vanuit een stage begonnen met een sustainable reisbureau in Huaraz, Respons, om de arme lokale boeren een economische impuls te geven. Guido is begin 30 en zit vol energie en praat met veel passie over alle mogelijke trips die zijn organisatie biedt, fantastisch om te zien! Ons spreekt met name de mogelijkheid aan om een traditioneel bergdorpje te bezoeken waar, doordat het zo afgelegen ligt, de tijd lijkt stil te staan en de mensen nog steeds op een traditionele wijze en zeer verbonden met de natuur leven. We besluiten om twee nachten te blijven, zodat we een bijzondere bergwandeling kunnen lopen en de volgende dag de traditionele Pachamanca kunnen meemaken. We krijgen een uitleg over het programma en hoe we ons daarop kunnen voorbereiden, want het is back to basic. Achteraf bleek deze niet helemaal volledig, waardoor het ons op momenten tegenviel, maar gelukkig zijn we wel wat gewend.

De volgende ochtend worden we opgehaald door Pablo die onze gids zal zijn de komende twee dagen. Hij komt uit het dorp en is binnen het Respons project bij toerbeurt aangewezen. We gaan met het openbaar vervoer naar Vicos en moeten het laatste stuk, zo’n half uur, lopen. Helaas is het dorpsmuseum gesloten en lukt het Pablo, na lang aandringen door ons, niet om de sleutel te vinden. De omgeving is prachtig met groen, zon en besneeuwde bergtoppen wat de klim omhoog een stuk makkelijker maakt. Wij verblijven in het hoogste huisje van het dorp bij de familie van Andrès en zitten dan al op zo’n 3.500m hoogte. De eerste dag worden de dagelijkse klusjes gedaan en het brood gebakken. Wij hebben voornamelijk contact met de kinderen die een beetje Spaans en zelfs wat Engels spreken, ontzettend leuk. De ouderen spreken voornamelijk Quechua en waren iets minder toegankelijk. Na de avondmaaltijd zitten we al vroeg voor de openhaard, letterlijk het enige comfort in het huisje waar we inzitten. En hoognodig, want het koelt ‘s avonds behoorlijk af zo hoog in de bergen. Om acht uur liggen we in onze mandjes en vallen snel in slaap onder de paardendekens die zo zwaar zijn dat je niet meer kunt bewegen. De volgende ochtend staan we al om half zes op, omdat er een lange wandeling op het programma staat. Na een koolhydraatrijk ontbijt van voornamelijk gefrituurde aardappelen vertrekken we met Pablo op weg naar een hooggelegen bergmeer. Zoals het een echte Andesman betaamt kauwt hij de hele weg op een grote cocabol, om honger, dorst en hoogteziekte te voorkomen en het geeft ook nog wat energie. Steph houdt dit niet lang vol en krijgt gewone westerse honger en dorst. Na ruim vijf uur lopen zijn we nog steeds niet bij ons doel, maar wij verzoeken Pablo dringend om even te stoppen om bij te tanken. Met, uiteraard, aardappelen en een beetje rijst. Dit viel ons wat tegen, want en is een zware lichamelijke inspanning waar geen cocablad tegenop kan. Gelukkig zijn we een uurtje later op het hoogste punt en staren op een prachtig bergmeer en een paar besneeuwde bergtoppen en gletsjers. Wij zitten dan op 5.100 meter, de toppen liggen op zo’n 6.000 meter! Vol goede moed beginnen we aan de terugweg die helaas exact dezelfde is als de heenweg. Naar beneden gaat natuurlijk sneller dan omhoog, maar na een uurtje of negen gelopen te hebben beginnen de tenen van Sil te protesteren. Ze heeft afleiding nodig en vraagt Steph om maar een beetje tegen haar aan te gaan praten. Misschien is het de ijle lucht, maar hij kan niet veel meer uitkramen dan “we zijn er bijna”. Na de twintigste keer is dit gelukkig ook echt het geval en vermoeid, maar toch ook wel voldaan en stiekem een beetje trots gaan we die avond vroeg onder de paardendekens. De Pachamanca is een bijzondere ervaring de volgende dag, een eerbetoon aan Moeder Aarde die goed voor haar bewoners zorgt. Het eten wordt onder de grond door middel van kolen verwarmd en smaakt ons heerlijk. Voor de gelegenheid is zelfs duur vlees aangeschaft. De lunch wordt begeleid door lokale musici en iedereen heeft zich feestelijk aangekleed. We eindigen met wat dansjes en foto’s en zijn blij dat we van dichtbij hebben kunnen meemaken hoe de traditionele bevolking leeft en ondanks weinig welvaart toch een rijk leven heeft. Na de terugreis met de microbus gaan we weer naar ons favoriete hostel Churup om ons klaar te maken voor twee relaxdagen bij The Lazy Dog en daar raken we in gesprek met de dochter van de Peruaanse eigenaar Anna-Maria die getrouwd blijkt met Luc, een Nederlander, en in Tilburg woont. Ze is hoogzwanger en haar man is onderweg naar Huaraz om de bevalling mee te kunnen maken.

Wij vertrekken daarna met de taxi naar ecolodge The Lazy Dog en dat blijkt een briljant intermezzo te worden. Het ligt een uurtje rijden van Huaraz, verstopt tussen de bergen en is perfect. Als we aankomen brandt de openhaard al in onze luxe bungalow en kunnen we daar met z'n tweeën van het vers bereide diner met een fles rode wijn rustig genieten. Alle luxe die Vicos niet heeft, is hier wel aanwezig, dus Sil staat zomaar een uur warm te douchen. De volgende dag doen we helemaal niets, behalve lezen, genieten van de omgeving in de luie stoelen voor ons huisje en de sauna. We raken in gesprek met de eigenaresse en die vertelt ons dat ze wegens privé omstandigheden op zoek is naar een stel dat de boel wil runnen voor een half jaar. Daar hebben wij wel oren naar en geeft ons stof tot nadenken. Het is echter dermate afgelegen dat voornamelijk Steph er geen goed gevoel bij heeft. We zullen zien of dit gevoel standhoudt bij hem. Iedereen die echter in de buurt van Huaraz komt, raden wij ten zeerste aan dit stukje hemel op aarde te bezoeken. Na twee nachten kwamen wij helemaal relaxed weer terug in Churup.

Wij hadden inmiddels al de volgende tour geboekt, de vijfdaagse trekking door Cordillera Huayhuash, het hoogtepunt. De organisator heeft een mooie groep bij elkaar weten te krijgen en ook onze grote vriend Nils is weer van de partij. Hij is uit de handen van de Peruaanse justitie weten te blijven en heeft veel zin in wat meer rust en gezonder leven. Onze andere reisgenoten zijn Ben en Jill uit Manchester en Phoebe en Sherree uit Nieuw-Zeeland. Het blijkt een goede mix aan mensen te zijn en we hebben erg veel lol. De organisatie is sowieso picobello, aan alles is gedacht. Onze grote rugzakken worden samen met de tenten en het eten door pakezels gedragen en we krijgen elke dag drie heerlijke maaltijden voorgeschoteld. Als we 's avonds na de hele dag gelopen te hebben in de kampen aankomen, zijn onze tentjes al opgezet en krijgen we een snack, bijvoorbeeld popcorn, om de eerste honger te verdrijven. We zijn in vijf dagen over drie bergpassen boven de 4.800 meter gelopen en de uitzichten zijn betoverend. Het is alsof je door een schilderij loopt en de natuur geeft je een groots gevoel. Om even te ontspannen kunnen de mannen op forel vissen en de vangst ligt ‘s avonds op onze borden. Helaas hebben we ook wat irritaties, oude valkuilen van Steph, maar die kunnen we gelukkig oplossen. We sluiten dit avontuur na terugkomst in Huaraz af met perfecte pisco sours bij het reisbureau, ze weten in Zuid-Amerika echt wel hoe after sales werkt, en een dineetje bij een Thais restaurant. Onze Peruaans-Nederlandse vrienden blijken inmiddels te zijn bevallen van een zoon en we worden aangenaam verrast door beschuit met muisjes, en nog wat drop. We hebben nog een onverwacht gezellig diner met Guido van Respons en zijn vriendin Agnes en dan zijn we klaar om onze reis voort te zetten, verder richting het noorden van Peru, op naar de zee!

Sunday, October 16, 2011

Arequipa & Huacachina (Peru)

Na een ontspannen rit vanuit Cuzco met full-cama (busstoel die een bed zo dicht mogelijk benadert) en sterrenhemel aan boord kwamen we vroeg in de ochtend samen met Kirstie en Angelo aan in Arequipa. Nils, die voor een andere bus had gekozen, voegde zich ook bij de groep en gezamenlijk checkten wij in bij Arequipay Backpackers, een luxe villa buiten het centrum die goed in de faciliteiten zat. Zo kon je onder meer gebruik maken van het zwembad in de ruime tuin met aangename temperaturen, iets waar we na de hoogte en kou veel behoefte aan hadden. Nils dook na de lange busrit gelijk z´n mandje in en aangezien onze kamers nog niet klaar waren zijn we met z´n vieren een filmpje gaan kijken in de comfortabele tv-kamer. We zijn uiteindelijk drie nachten gebleven, maar waren toch niet echt tevreden over het hostel, voornamelijk door de locatie. Arequipa, la Ciudad Blanca, heeft een mooi koloniaal centrum dus daar wilden wij eigenlijk zitten. De tijd die we in Arequipay zaten hebben we verder prima besteed: Relaxen in de tuin, fanatiek aan de blog gewerkt en onszelf daarna beloond met Japans eten, zelf koken en natuurlijk een hostel zoeken. Al vrij snel vonden we het Flying Dog hostel in het centrum, waar we de vierde dag incheckten.

Nils bleek op geheel eigen wijze gebruik te hebben gemaakt van de faciliteiten. Hij was bevriend geraakt met de Canadees Ryan en zij besloten op een ochtend om die dag een BBQ te organiseren. Nadat het vlees gehaald was duurde het nogal lang voordat de kolen gloeiden en om de tijd de doden zijn ze vroeg begonnen met drinken. De groep waarmee ze de volgende dag een tour zouden gaan doen bleek dodelijk saai te zijn en dat is koren op de molen van Nils die dan baldadig wordt. Dit ontaardde uiteindelijk in het gooien van al het tuinmeubilair in het zwembad, waarna Nils en Ryan nog even de stad ingingen. Toen ze terugkwamen had de hosteleigenaar al hun spullen inmiddels op een aparte kamer gelegd en hun paspoorten meegenomen. Tijdens het gesprek dat daarop volgde begonnen ze bijna een vechtpartij en Nils heeft het uiteindelijk met 200usd moeten afkopen en de belofte om nooit meer een voet in dit hostel te zetten.

In Bariloche hadden wij tijdens een van onze wandelingen de Peruaan Sergei leren kennen en die komt uit Arequipa. Het is een mooie, enthousiaste kerel die het erg leuk vond om een hapje met ons te gaan eten en onze eerste avond in de stad zaten we met z´n drieen in een typisch Peruaans restaurant aan de lomo saltado, vlees, uien, tomaten, koriander en friet, erg lekker! Zijn vriendinnetje schoof later ook nog even aan en hij vertelde ons mooie verhalen over zijn ambitie om een eigen mijn te bezitten samen met zijn oom. Een in potentie lucratieve bezigheid in een van de grotere bedrijfstakken in Peru en Zuid-Amerika. We blijven contact houden voor eventueel interessante investeermogelijkheden :)

Samen met Kirstie en Angelo zijn we de volgende dag naar het Museo Santury of Museo Universidad Catolica de Santa Maria geweest om de mummie Juanita, het ijsmeisje dat zo´n vijf eeuwen geleden door Inca´s hoog in de bergen is geofferd aan de goden, te bezoeken. In 1995 is zij pas ontdekt en door het ijs ontzettend goed bewaard gebleven. De tour eindigde bij haar vrieskist waar we behoorlijk onder de indruk naar een klein meisje stonden te staren dat op een bizarre manier aan haar einde was gekomen.

Hoofdreden om naar Arequipa te komen was echter de Colca Canyon. Deze fantastische plek op zo´n twee uur rijden van de stad wordt met 3.500m gepromoot als de diepste canyon ter wereld, dieper dan de Grand Canyon. Sil had helaas weer erg veel last van haar buik en had drie jaar eerder 2 dagen door de Canyon gelopen, dus Steph vertrok die ochtend om 4 uur ´s ochtends alleen naar de canyon. Onderweg stoppen we bij kleine dorpjes met de oorspronkelijke bewoners van Peru die voor ons dansen en hun ´huisdieren´, grote roofvogels, hebben meegenomen, om mee op de foto te gaan. De canyon begint zich inmiddels steeds beter te manifesteren en uiteindelijk komen we op de plek aan waar deze het diepst is. Pretty impressive. Daarna was het wachten op de natuurlijke bewoners van dit soort plekken, de condors. Na even wachten werd de eerste gespot op een rotsrand een paar honderd meter verderop en alleen te zien met de toneelkijker van een andere sympathieke toerist. Toen we op het punt stonden om weer weg te rijden steeg er ineens rumour op uit de grote groep mensen en daar kwamen ze op de thermiek aangevlogen. Het zijn hele grote vogels met een spanwijdte die kan oplopen tot 3,5m! Het waren er vijf, twee volwassenen (zwart met wit) en drie pubers (bruin). Ze werden op een gegeven moment nieuwsgierig en zweefden vlak boven onze hoofden, waarna er een op een richel vlakbij het uitkijkpunt ging zitten. Volgens de tourguide hadden wij ontzettend veel geluk die dag en terugkijkend naar de foto´s kan ik dat alleen maar beamen. Sil bleek die dag gelukkig nog wat leuks gedaan te hebben en is met Kirstie en Angelo geheel volgens hun én Britse traditie 'tea and cake' gaan doen. Zij werden daar altijd erg gelukkig van en Sil voelde zich daarna dan ook een stuk beter.

De volgende dag vertrokken we pas in de avond richting onze volgende bestemming, dus hadden we mooi nog even tijd om wat foto´s van de stad te nemen. De vulkaan El Misti torent hoog boven de skyline uit en vanuit het dakrestaurant waar we die middag lunchten hadden we uitstekend uitzicht op de omgeving én stad. We hadden de avond ervoor inmiddels afscheid genomen van Kirstie en Angelo die de kou zat waren en in één keer doorgingen naar Lima.

Huacachina was het volgende doel en ook hier gingen we met de nachtbus naartoe. Onderweg zijn we onder meer door Nazca gereden waar tijdens de Inca-periode grote lijnen in de grond zijn gemaakt die afbeeldingen vormen die vanuit de lucht goed te zien zijn. Op de plaatjes ziet het er bijna buitenaards uit, het was echter vrij duur om zelf vanuit de lucht te ervaren. Het is hier ook nog wel even aardig om wat over de films die ze in bussen draaien te zeggen. Deze keer kregen we een film te zien die begon met iemand die levend is begraven en daar in een scene van een kwartier in paniek achter komt. In een andere bus werd ooit een film over een busongeluk vertoond en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Je kunt concluderen dat er niet altijd even goed wordt nagedacht over het publiek en de setting waarin de film wordt bekeken :) De termperatuur in Huacachina was alweer een stuk aangenamer en daar hadden we ons hostel met zwembad ook op uitgekozen. Het dorpje ligt rondom een oase middenin een woestijn. Tijdens onze eerste verkennende rondje praatten we wat over Nils en zijn avonturen in Arequipa en die liepen we prompt tegen het lijf. Hij was nog steeds in het gezelschap van Ryan en het bleek, verrassing, dat ze op weg waren naar de politie. Die nacht hadden ze namelijk een local ontmoet, erg veel gedronken en samen op zijn bongo muziek gemaakt. Ze zijn toen in een bootje het meertje opgegaan, waarbij de bongo in het water viel. Hier werd de local niet vrolijk van en uiteindelijk eindigden ze alle drie in het water en is de bongo niet meer terug gevonden. Het is uiteindelijk met een sisser bij de politie afgelopen en de jongens hadden er een favoriet instrument bij. Omdat we in hetzelfde hostel zaten hebben we daarna veel tijd met z'n vieren doorgebracht, aan de rand van het zwembad. Eén middag zijn we met een opgevoerde zandbuggy de duinen ingereden, waarbij de chauffeur op de steile zandwanden wat spannende capriolen uithaalde. Het sandboarden was ook een ervaring op zich, zonder ervaring ging bijna iedereen staand of liggend met grote vaart 'zwarte' hellingen af. Sil had dit drie jaar geleden ook al gedaan en ging mee voor de briljant mooie uitzichten en kon een paar goeie foto´s van onze afdalingen maken. Met het zand in onze oren zijn we uiteindelijk teruggecrossed. De volgende ochtend vervolgden wij onze reis naar de hoofdstad van Peru. Klaar voor de Champions League finale Barcelona -Manchester United!

Saturday, September 3, 2011

Peru - Cuzco & Machu Picchu

We vertrekken met een ´directe´ bus vanuit Copacabana Bolivia naar Cuzco. Bolivia staat nou niet bekend om haar geweldige bussen, maar wij zijn zeer verrast met de luxe touringcar die op ons staat te wachten. Ook Angelo en Kirstie zijn blij, zij gaan er echter in Puno af om daar nog naar de drijvende eilanden te gaan. In Puno wisselen wij echter van bus, helaas, want er komt een echte kippenbus aan, waar we nog 9 uur in zitten. Dat is altijd het risico van het kopen van een directe bus over de grens, je weet nooit wanneer de beruchte buswissel plaats gaat vinden en wat je er voor terug krijgt. Een kippenbus dus, inclusief een dronken stel dat hardop ruzie maakt. Achteraf mogen we zeker niet zeuren, want enkele dagen erna beginnen de grensconflicten tussen Bolivia en Peru vanwege de mijnrechten en salarissen, deze houden weken aan en de grenzen gaan dicht, zodat vele reizigers moeten vliegen of vanuit Chile de grens met Peru moeten overgaan. Daarnaast ontmoeten we een Duits stel van in de 60 jaar, die ook een jaar op reis zijn en raken we geinspireerd door hun reismethode; huisruil. Ook vroeger voor de vakanties met het gezin gingen ze op zoek naar een gezin van ongeveer dezelfde grootte en leeftijd in een ander land om daarmee van huis te ruilen. Het is gratis en je hebt gelijk al het speelgoed, fietsen en ruimte ter beschikking. Geniaal! En of all places waren ze ook een zomer in Warmenhuizen beland, het kleine dorp in de Noordhollandse polder waar Sil is opgegroeid, ongelooflijk!

We hebben een hostel in San Blas in Cuzco, een wijk vol prachtige koloniale huizen, echter zonder verwarmingssyteem. IJskoud is het en Steph past niet helemaal in het bed, dus vragen we om een andere kamer en of we een elekrisch kacheltje kunnen huren (wat in de meeste hotels/hostels kan), maar omdat ze net open zijn, hebben ze dit nog niet helemaal geregeld. Echter, bij terugkomst die middag, vertelde Pablo de lieve gay eigenaar dat er een verrassing op ons wacht in de kamer...een elektrisch kacheltje. Wat een service! Nog nooit waren wij zo blij geweest met een kacheltje en hadden inmiddels een andere kamer met groot bed, dus sliepen heerlijk.

Cuzco is het vertrekpunt voor vele reizigers die naar Machu Picchu gaan, één van de 7 wereldwonderen, en daardoor wereldberoemd. Het is weer voor het eerst dat we een brede groep reizigers tegenkomen, naast backpackers ook weer de vakantiegangers, Amerikanen, groepen Aziaten en pensionados. En iedereen is daar om Machu Picchu te bezoeken, inmiddels hebben we een Braziliaanse jongen ontmoet die 3 weken in Cuzco heeft gezeten en niet naar MP is geweest, raar maar waar :) Maar goed, door alle vraag is er ook veel aanbod ontstaan. Bij iedere stap die je zet vind je een reisbureautje dat MP-tours aanbied. De originele Inca Trail ligt buiten ons budget, dus blijven er eigenlijk nog maar 2 opties open, de Jungle Trek, met mountainbiken, raften en lopen en de Salkantay trek, eigenlijk een bergtrekking. We spenderen een halve dag met info verzamelen en zijn verrast over hoe goedkoop de tours zijn, voor 4 dagen inclusief alles en entreekaartje (50 dollar), betaal je rond de 200 dollar. Toch hebben we bij geen van allen een heel goed gevoel en willen ook nog graag Geert ontmoeten. De aanbeveling die Steph had gekregen van de twee Belgische meiden op Isla del Sol. We mailen Geert, hij belt gelijk terug en de volgende dag zitten we in een Hollands eettentje in Cuzco aan de hutspot en broodje bal. Op weg naar de afspraak met Geert komen we Angelo en Kirstie tegen, ze zijn ook benieuwd dus sluiten aan en bestellen patatje oorlog en bitterballen :) Geert is een 45 jarige Brabo die al 7 jaar in Ecuador heeft gewerkt en nu in Peru is begonnen met het ontwikkelen van sustainable travel voor de nationale koffiecooperatie Cocla, zodat de koffieboeren een secundaire inkomensbron/beter leven krijgen. Het is kleinschalig en gebaseerd op verblijf bij de families die in de Sacred Valley rondom MP wonen. Het klinkt echt anders, want de groepen met de tours zijn rond de 15 personen en nu zouden we alles met zn vieren doen. Toch wil Steph nog even nadenken, want de Jungle trek met het mountainbiken en raften lijkt hem ook wel gaaf. Toch kiezen we voor Geert, want het mountainbiken had hij net gedaan op de gaafste plek van Zuid-Amerika en raften kan op andere plekken beter, en de ervaring om bij families te verblijven en meer te leren over koffie spreekt ons meer aan. Nils is inmiddels ook in Cuzco aangekomen en wil ook graag mee. De volgende avond zitten wij in een restaurantje met Geert te pennen voor ons leven, want het is geen geheel verzorgde tour, alleen de families zijn geregeld, de rest en het vervoer met public busjes moeten we zelf organiseren en betalen. Kirstie wordt wel een beetje zenuwachtig bij het ontbreken van een ´planning´. Sil staat daarentegen te popelen, een beetje avonturieren en het komt altijd goed.

En natuurlijk gaat het dan gelijk mis :) Geert was vergeten te vertellen dat we naar de mini-bus terminal moesten, wij stonden voor de normale bus terminal. Gelukkig lagen die niet ver van elkaar vandaan en waren we nog ruim op tijd. Alles komt altijd goed! Geert belt nog even met de busmaatschappij om te checken of alles is goedgegaan met ons, wat een service! Nils stond ook al op het terminal te wachten, met volle eettas. Nils en zijn eettas, een verhaal apart. Hij als single reiziger liep altijd rond met een eettas zo groot dat het leek alsof je er een heel gezin mee kon voeden. Hij houdt van koken en had daardoor altijd zijn eigen olie, azijn, sausjes, kruiden en versnaperingen bij zich. Even later zaten we in een 8 persoonsbusje, inclusief 1 kalkoen in het achterstuk. Die was net op de markt gekocht om die middag thuis geslacht te kunnen worden. Wij wilden inmiddels de chauffeur slachten die zijn rijbewijs bij een pakje boter heeft gekregen. Omdat we bijna 1 kilometer klimmen, is de weg heel bochtig, en voor iedere bocht geeft de man gas om vervolgens keihard te remmen in de bocht. Misselijkmakend en frustrerend! Ook zien we tijdens de rit de mountainbikers die de Jungle trek aan het doen zijn, wat een veel beter vervoersmiddel lijkt op dat moment, Steph twijfelt nog even over de keuze voor Geert. Maar de aankomst bij de familie neemt dat alles weg, Senora Julia en haar zoon Eric geven ons een warm welkom en heerlijke verse sinaasappelsap van de vruchten van hun erf, en ook onze kamers zien er goed uit. Nils slaapt de 2 nachten bij ons in de kamer en er is ruimte genoeg. Omdat we de berg over zijn gekomen en tot het dal zijn afgedaald tot ongeveer 1.000 meter, zijn we terechtgekomen in een semi-jungle en is het eindelijk weer warm. Heerijk, eindelijk alle kledinglagen en sokken uit en flipflops weer aan!

Al heel snel staat de lunch op tafel en komen de rest van de kinderen, vriendjes en nichtjes terug uit school. De lange tafel is gevuld met etende en kletsende mensen, we voelens ons nu al onderdeel van de familie. Na de lunch gaan we het erf van de familie op, senora Julia en Eric laten met trots alles zien, je merkt echt dat ze leven van het land, het respecteren en voeden, omdat het hen voedt. Koffiebomen hebben naast zon ook veel schaduw nodig om goed te rijpen, dus naast de koffie verbouwen ze ook fruit met over het algemeen grotere bomen en bladen. In de twee uur lopen we langs bananenbomen, ananasstruiken, proeven we passievruchten, plukken we sinaasappels en manderijnen. Alles is organisch geteeld, Julia weet alles over haar gewassen en wij leren veel en verzamelen lekkers voor het ontbijt. Daarna steken we de rivier over die het einde van het erf aangeeft en betreden het erf van de buren, die op dat moment druk zijn met de koffieoogst. Toch nemen ze de tijd om met ons in hun kleine forelvijver te vissen. Angelo, fanatiek sportvisser, mag aan de slag met het verzamelen van ons avondeten. Niet met hengel helaas, maar met een visnet, toch blijkt het lastiger te zijn dan gedacht en krijgt hij hulp van de buurman. En even later staan de alle dames in de keuken de forel te bereiden. Sil snijdt de forel in en Kirstie maakt de olie met verse koriander, knoflook en tomaat die over de vis zal gaan. Alles onder bezielende leiding van senora Julia. Eric haalt ondertussen de bananenbladeren van de boom, want hierin worden ze gestoomd boven het open vuur waarop ze koken. Senor Juan, el padre, is inmiddels ook thuis van het oogsten, hij heeft standaard een brede glimlach op zijn gezicht, die nog groter wordt wanneer de mannen wat biertjes halen. Ook maakt hij zijn befaamde aji, soort sambal, met pinda´s. Heerlijk! Even later zitten we samen weer aan de lange tafel te smullen van al het lekkers. We hebben wat gesprekken met de familie en het buurmeisje dat ook is langsgekomen. Zij studeert Engels en heeft veel reisplannen. Mooi om te zien. Zij wil ook graag wat muziek horen die we hebben. Zo staat ineens Andre Hazes uit de boxen te schalken op een koffieboerderij in Peru, Steph was helemaal in zijn sas, bij Nils kwam het Koninginnedagtrauma omhoog en de Peruanen snapte Dre niet helemaal; Daar kan je toch niet op dansen? Steph begreep de hint en zette Buena Vista Social Club op en dat konden we allemaal waarderen. De Spaanse lessen kwamen hier ook weer goed van pas, niemand sprak Engels, wij waren de enige van de groep die Spaans spraken, Sil vertaalde veel voor de rest van de groep en zo konden we toch goed communiceren.

Na het fruitontbijt met gebakken banaan en gekookte yuca pakken, nemen we afscheid van de familie, dikke knuffels worden er gegeven en nog een mooie groepsfoto gemaakt. Senora Julia begeleidt ons naar de hoofdweg waar we wachten op een locaal busje naar Santa Marta, waar senor Alejandro, hoofd van de tweede familie die we gaan bezoeken, op ons zal wachten. Hij zou ons daar op 9 uur ophalen, nu weten we inmiddels dat iedereen in Zuid-Amerika alles behalve punctueel is, maar hij kwam rond half 11 pas aan. Wij maakten ons niet druk, het komt namelijk altijd goed, de mannen gingen de Vietnamese shuttle hooghouden en de dames gingen een bakje koffie scoren. Maar het betekende wel dat we in de grootste hitte van de dag de klim van 3 uur zouden moeten maken. Steph met zijn marathonbenen en Sil in de zigzag, we gingen redelijk goed omhoog, maar de rest had het zwaar. Angelo had al dagen buikgriep en Nils had al jaren niet meer gesport. Daarnaast waren er stukken waar we op smalle randjes langs diepe dalen liepen, en Nils heeft hoogtevrees. Gelukkig is de tocht echt prachtig en geeft veel afleiding door de rivieren die we oversteken, de watervallen, kleurrijke planten en het waanzinnige uitzicht op de Sacred Valley. Een deel van de wandeling volgt ook het orginele Incapad dat in 1500 is aangelegd en gebruikt is door de Inca´s om handel, voedsel en nieuws te vervoeren. Die wetenschap maakt de loop nog zoveel meer bijzonder. Toch zijn we allen blij wanneer we aankomen bij het huis van de familie Alejandro. We merken wel dat, net zoals overal, niet alle families hetzelfde zijn. Waar er in het huis van senora Julia alles samen gedaan werd, was er hier meer een scheiding van taken. Alejandro praat met ons, de dames staan in de keuken, daarnaast eten we aan een aparte tafel buiten, zonder dat de familieleden aansluiten. Het eten is weer overheerlijk, geen cavia, die ze zelf wel veel eten en die in de keuken rondrennen. In de hele Andesregio door het continent eten ze cavia´s, slim, want ze zijn makkelijk te vangen en vermenigvuldigen zichzelf als konijnen. Geen honger dus!

Na de lunch wordt Angelo gestoken door iets, Kirstie rent gelijk weg om de antihistamine te pakken, want 2 weken eerder gebeurde hetzelfde en was Angelo volledig opgeblazen van de allergische reactie. Nu maar hopen dat het dit keer beter gaat, gelukkig slaat het medicijn aan en valt het alles mee. Dus gaan we samen het erf op, dit keer om koffiebonen te oogsten. We krijgen zakken om onze schouders en plukken in een uur zo´n 5kg bij elkaar. Steph en Angelo worden ingezet om de hoge rode vruchten te plukken, waar de locals moeilijk bij kunnen. Na de oogst gaan we met de vrouw van Alejandro de keuken in om de koffie te braden, daarna malen we het en drinken we een heerlijk bakkie. Mooi om als koffieliefhebber te weten waar dat goedje vandaan komt. Na een dutje mogen we alweer aan tafel, heerlijk maal werd ons weer geserveerd en we kletsen en lachen veel tot laat. Reizen is naast het bezoeken van plekken met name zo leuk vanwege de mensen die je ontmoet. Je deelt je ervaring met ze, doet inspiratie voor nieuwe reizen of keuzes die mensen maken, lacht veel en leert nieuwe kaartspelletjes.

De volgende ochtend ontbijten we vroeg (met guacamole!) en nemen afscheid van Alejandro en zijn familie. We wandelen zelf naar beneden, waar de taxi op ons wacht die ons naar Hydroelectrica brengt. Er zijn 4 zitplaatsen, dus Sil gaat in de achterbak. Het is een prachtige route door de Sacred Valley, en we komen onderweg ook wandelaars tegen die als onderdeel van de Jungle trek dit gedeelte lopen, echter de hele weg is over een autoweg, wij zijn blij dat we in een auto zitten. In Hydroelectrica aangekomen moeten we ons bij een politiekantoortje registreren, samen met de gids, maar die hebben wij natuurlijk niet. Of we die dan even zouden kunnen gaan halen...in Cuzco?! Want anders mogen we niet naar binnen! Sil haar Spaans en glimlach kwamen weer goed van pas, want even later mogen we verder. Hydroelectrica, waar wegens de sterk stromende rivier Urubamba een electriciteitscentrale is gebouwd, is het begin van het laatste deel van de trek naar Aguas Calientes, oftewel Machu Picchu village. De trek voert over de treinrails in 4 uur langs de rivier door de vallei die indrukwekkend mooi is en waar je al delen van de ruines kunt zien. We worden allemaal superenthousiast en kunnen niet wachten om de volgende dag alles te zien. Zelfs Sil die al geweest is, en nog even twijfelde of ze weer zou gaan, besloot gelijk om toch te gaan. Steph en Nils besloten toen dat ze het laatste stuk de volgende dag lopend zouden afleggen. Sil had dit 3 jaar geleden ook gedaan en wilde het niet nog een keer doen, het is namelijk een helse loop over een steile oude Inca trap met ongelijke treden die je in 1 1/2 uur bijna 1 kilometer hoger brengt. Daarnaast begin je de loop in het donker, met je koplamp op, het maakt de coordinatie op de ongelijke trap nog lastiger. Aangezien Angelo ziek is en Kirstie solidair is, gaan zij met z´n drietjes de volgende dag met de bus omhoog, want dat kan ook. Steph en Nils voelen zich tijdens het avondeten superieur en maken de rest uit voor busmietjes en toeristen.

We gingen die avond rond 21 uur naar bed, Steph en Nils vertrokken om 4 uur, de rest stond om 5 uur in de rij voor de bussen. Samen met 200 anderen! Christus, niet verwacht dat er zoveel mensen zouden staan. Gelukkig waren alle winkeltjes al open en kon Sil een coca thee en een muslireep scoren. Volledig onzuidamerikaans werden alle mensen in de rij op een georganiseerde wijze verdeeld over de bussen en een half uur later stonden we voor de ingang en wisten we een kaartje voor Huayna Picchu te bemachtigen. Dagelijks mogen er maar 400 van de 2000 bezoekers de ´jonge berg´ beklimmen. Sil had vorige keer misgegrepen en was super blij dat het dit keer wel ging gebeuren.

Steph zijn competitiedraang kwam bij de beklimming weer enorm naar boven. Hij rende omhoog en vertelde later met trots dat hij nummer 13 was die op MP aan was gekomen die dag. Nils probeerde ook mee te komen maar het lukte niet en moest op een gegeven moment zelfs overgeven van de hitte, inspanning en de pisco sours die we de avond ervoor gedronken hadden. Aangezien MP in een wolkenbos ligt is het normaal gesproken tot 10 uur gehuld in wolken en onthult het geheel zich pas wanneer de zon begint te schijnen en de lucht verwarmt. Aangezien het deze ochtend al warm was, waren de wolken om 7 uur al volledig verdwenen. Steph en Nils hadden een kaartje voor Huayna Picchu voor de shift van 10 uur, de rest voor 8 uur. Sil wist dat hoe eerder je een kaartje bemachtigde voor HP, hoe later je de shift kreeg, omdat dat normaal gesproken beter is qua uitzicht en verwachtte Steph dus pas einde van de middag terug te zien. De tocht naar HP is steil omhoog en duurt een uur. Snappen nog steeds niet waarom die kleine Inca´s zulke grote traptreden maakten. Bijna aan de top maakten Angelo, Kirstie en Sil even een kleine stop, komt ineens Steph de hoek om! Zo´n leuke verrassing, want zo konden we het prachtige uitzicht op Machu Picchu samen delen, en dat is toch het leukst.

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de Brit Bingham Machu Picchu ontdekte, en nog steeds kennen we niet de volledige achtergrond van MP. Theorieen gaan uit van een koninklijke rituele plek, het kon namelijk maar 750 personen herbergen, dus is hoogstwaarschijnlijk niet een echte stad geweest. Door de afgelegen en hoge ligging hebben de Spanjaarden het nooit bereikt in hun verovering van de Inca´s. Omdat de Spanjaarden een stempel wilde drukken op het volk, bouwden ze vaak op de heilige plekken of een grote kathedraal of vele kruisen, of de combinatie, zodat de locals zich nog sneller zouden onderwerpen aan de nieuwe heersers. Machu Picchu is hiervan bewaard gebleven en vandaag de dag worden in Peru nog sites gevonden die groter zijn dan MP. Wij verwachten dan ook met ons pensioen terug te keren om het nieuwe MP te zien. Maar voor nu nog even genieten van het huidige MP, iedereen liep daarna nog een uurtje of 2 op eigen houtje door de ruines. Langzaam begonnen alle toeristen binnen te komen, dan wordt het echt te druk en ook te warm om echt van deze magische plek te genieten en aangezien we die middag om 16 uur de trein hadden, besloten we terug te gaan naar het dorp om nog even te lunchen. Ook de stoere loopmannen zetten hun trots opzij en gingen lekker met de bus naar beneden. De hoofstraat van MPvillage is echt te toeristisch, alles is Inca, inca sour, inca pizza, inca saltado, lampen in de vorm van het incakruis en in Cuzco lopen er mannen in incapakjes rond. En aangezien het een jubileumjaar is, had ook Cuzquena, het lokale biermerk (in handen van Heineken) een speciale jubileumeditie fles, met aan de onderkant Incastenen. Cuzquena is Steph zijn favoriete Zuid-Amerikaanse biertje. En ook de Peruaanse keuken is in tegenstelling tot die in de rest van het continent, niet volledig gericht op het praktische nut van eten, maar smaak en combinaties en is daardoor de favoriet van ons. Elk restaurant heeft voor de lunch een menu del dia waar je voor zo´n 5 dollar kunt kiezen uit 5 voorgerechten en 3 hoofdgerechten en een toetje. Koopie! Wij gingen met volle buikjes de trein in, een prachtige rit door de Sacred Valley en de bovenkant van de trein is een raam om de uitzichten te optimaliseren.

De treinreis eindigt in Ollantaytambo, één van de andere dorpen in de vallei met Inca ruines en aangezien er vandaar nog andere sites bezocht kunnen worden, besluiten we daar ook nog 1 nachtje te slapen. En dat pakt geweldig uit want je slaapt daar midden tussen de ruines, alsof je op MP slaapt en op advies van Geert gaan we naar een goed restaurant waar we een Argentinie tippende filet mignon met blauwe kaassaus eten en een goed glas wijn drinken. Je had de mannen niet gelukkiger kunnen krijgen. Alleen aan het uitvallen van de stroom in het restaurant merk je dat je in een tweede wereldland bent. De volgende dag word je dus wakker in een ruine, een oud Inca-dorpje, met een ingenieus irrigatiesysteem en prachtige straatjes en uitzichten. Na het ontbijt stappen we in de taxi die ons naar Moray brengt. Een Inca-site die bestaat uit een bouwwerk van inmens grote circels die zo´n 400 meter diep zijn. De theorie gaat dat de Inca´s de cirkels gebruikten om gewassen die op lagergelegen gebieden groeiden, door ze steeds een cirkel omhoop te verplaatsen, lieten wennen aan de hoogte, waardoor ze ook daar zouden kunnen groeien en dus de hoger gelegen Incadorpen van voedsel konden voorzien. Onderdeel van de cirkels was tevens een irrigatiesysteem dat het regenwater verdeelde over de gewassen. De cirkels waren dus een zekere vorm van genetische manipulatie van gewassen, in de 15e eeuw. Geniaal! En steeds meer vragen we ons bij het zien van de ingenieuze Incabouwwerken, wat er is misgegaan. De Inca´s waren inventieve ingenieurs, hun tijd ver vooruit. De Peruanen nu lijken in geen velden of wegen deze skills nog te bezitten. Naast de Moray cirkels bijvoorbeeld is een klein bezoekerscentrum met toilet. Er zijn mooie spoeltoiletten geinstalleerd, alleen moet je nog steed voordat je naar binnen gaat een emmertje water tapppen en dat in het toilet gooien...er is dus stromend water en een spoeltoilet op nog geen 2 meter van elkaar vandaan, maar die twee met elkaar verbinden, met geen mogelijkheid! nogmaals, what went wrong?
Na Moray rijden we door naar de zoutmijnen, we stijgen, de vallei uit en de uitzichten op de vallei en de besneeuwde Andestoppen zijn weer spectaculair. Onderweg rijden we door een dorpje en staan op een gegeven moment stil omdat een hele vrachtwagen stenen uitgeladen moet worden. Drie locals pakken steeds 1 steen en lopen daarmee naar binnen. Het gebrek aan efficiency en gebrek aan zin om te wachten, dwingt de mannen uit te stappen en het ´treintje mechanisme´ in gang te zetten. Binnen 5 minuten is de vrachtwagen leeg, de locals zijn blij en kenden het treintje blijkbaar nog niet, nogmaals, what went wrong? Even verder wordt in een weiland een zeer luxe tent opgezet met een prachtig uitzicht over de vallei en wij vermoeden dat er straks een luxe maal aan rijke toeristen/officials geserveerd gaat worden. Even verlangen we ook naar een plek aan die tafel, maar al snel beseffen we ons dat we het toch niet fijn zouden vinden. De mensen in deze streek zijn zo arm en eten wat het land ze geeft, wat soms heel weinig kan zijn en weinig variatie kent. Om in die armoede zo decadent te doen op een weiland van een boer die waarschijnlijk nog nooit een kok in kokmuts heeft gezien, zou alleen een slechte smaak achterlaten.
De eerste blik op de zoutmijn was al heel verrassend. Je verwacht namelijk een ondergrondse mijn, maar deze was extern en bestond uit zo´n 1000 bassins waarin zout gewonnen wordt. Een paar honderd meter hoger bestond de aangrenzende berg uit een laag zout, de rivier stroomt hierdoor heen en neemt op haar weg zoutsedimenten mee die door een irrigatiesysteem langs de bassins stroomt en het zout achterlaten. De bassins zijn nog steeds in het bezit van verschillende lokale families die leven van de verkoop. Bij binnenkomst is er dan ook een kleine kerk die de lokalen gebruiken om God te danken voor het zout dat hun leven zoet maakt.

De taxi bracht ons terug naar Cuzco, bij aankomst hebben we enorm veel trek en geen betere manier om die te lessen dan het Israelische restaurantje dat Sil 3 jaar geleden al ontdekt had. Ze beweren de beste avocado van Peru te hebben en niets is minder waar, de avocadosalade smelt op je tong, de soepen zijn er verrukkelijk en de sandwiches en shoarmabroodjes gigantisch. Teruggekomen in het hostel wisten we dat Caroline en Rebecca inmiddels moesten zijn aangekomen en het weerzien was heel erg gezellig. Rebecca was wel een beetje ziek en wij waren moe, dus gingen vroeg naar bed. Zij hadden zich voor de volgende dag ingeschreven voor een cursus chocolade maken, toen Sil dit hoorde wilde ze gelijk mee en mailde gelijk Kirstie die ook direct verkocht was. Dus plan voor de volgende dag was dat de dames elkaar meeten in het chocolademuseum en de mannen in, op aanraden van Brommet, de Irish Pub the ´Crossed Keys´. Typisch.

Het chocolademuseum is opgezet door een jong Frans stel dat mee had geholpen om eenzelfde museum in Costa Rica te managen en nu besloten hadden om het zelf in Cuzco te gaan doen. Tijdens de cursus leer je from scratch hoe je chocolade maakt en knutsel je een eigen portie chocolade die je de volgende dag op kunt halen. Sil maakt extra donkere chocolade en is verbaasd hoe lekker dat met een beetje zeezout erin is, en ook de chocoladethee, gemaakt van de schil van de gebrande cacaoboon, is heerlijk. Er zitten ook twee Fransmannen in de cursus en we nodigen hen en het Franse stel uit om na de cursus aan te sluiten in de pub die avond. Inmiddels waren de mannen uren en vele grote pints bier verder. Zij konden de komst van de Fransen niet zo waarderen en zagen hun avontuurlijkheid en helblauwe ogen als bedreiging. De mannen werden heel primair en probeerde hun territorium af te bakenen, net als honden, plasjes eroverheen. De Fransen konden niets goeds zeggen, volgens mij is de uitspraak ´taking a piss´ in een dergelijke situatie ontstaan. De dames zien het langzamerhand steeds erger worden en nemen snel afscheid van de Fransen om bij het Indische restaurant te gaan eten. En daar, onder het genot van het heerlijke Indische eten en de vriendelijkheid van de Indische baas, wordt de Franse veldslag doorgezet, Nils, als echte Engelsman weet niet beter en maakt ze met de grond gelijk. Sil kon op het toilet de trillingen van het schatergelach horen in het restaurant. De mannen waren het helemaal eens en schaterde voluit. De dames waren het ook helemaal eens, de mannen waren stinkjaloers. Wij, Caroline, Rebecca en Kirstie haken af, gaan slapen, maar Nils en Angelo gaan nog even door met de kroegentocht.

Volgende middag hebben we een debriefing met Geert over de homestays die we gedaan hebben. Nils en Angelo zitten er brak en pips bij en halen uit hun zakken allemaal kleine witte balletjes. Ze zijn die avond ervoor uit 2 kroegen gezet en herinneren zich ineens weer waarom dat was...ze waren als malloten op de zitzakken gaan springen, waardoor ze waren geknapt en helemaal leegliepen in de kroeg...whoeps!
Caroline en Rebecca vertrekken de volgende dag naar Manu National Park, prachtige jungletochten in het vooruitschiet, alleen is de maag van Caroline het niet eens. Als prescription drug addicts, zoals zij zichzelf omschrijven, hebben ze van alles bij zich om weer beter te worden. Wij vertrekken die nacht richting Arequipa en horen later dat ondanks alle medicijnen, Caroline toch naar het ziekenhuis moest en een parasiet bleek opgelopen te hebben, uitgedroogd was en en daar 36 uur aan een infuus heeft gezeten. Sil is inmiddels ook nog steeds niet van haar buikproblemen af, maar merkt dat het afhankelijk is van de hoogte. Zodra we in de vallei waren, had ze nergens last van, gelukkig is de volgende stop Arequipa, lager en warmer, Sil kijkt er naar uit.

Cuzco en Machu Picchu waren magisch en gehuld in ontmoetingen met zowel reisvrienden als famillies waar we toch even onderdeel van waren. Heel bijzonder! Nu op naar Arequipa waar de diepste canyon van de wereld en de condors op ons wachten!

Friday, August 26, 2011

Week 27 - 29: La Paz & Lago Titicaca

La Paz! Eindelijk was het zover. Steph had hier zeker al twee jaar op zitten wachten, gebaseerd op de bizarre feestverhalen van Sil & Wil. En hier zouden we Koninginnedag gaan vieren waarvoor we ook andere reizigers warm hadden gekregen.

Zoals jullie weten was de rit er naar toe een ellendige, maar gelukkig werd Sil langzaam maar zeker wat minder ziek en raakte Steph zijn overtollige bier langzaam maar zeker kwijt. We kwamen vroeg in de ochtend aan in de op 4.000m hoogste hoofdstad ter wereld. Vol verwachting zaten we met Caroline, Rebecca en Nils in de taxi richting hostel Loki, want daar moest het allemaal gaan gebeuren. Loki is een begrip in de Zuid-Amerikaanse backpackers wereld, omdat hier de beste feesten plaatsvinden. Het hele hostel is hierop ingericht, wat overigens niet betekent dat het een ranzig hol is. De kwaliteit van de slaapvertrekken, douches, bar en restaurant is erg goed. Toen wij om een uurtje of tien binnenkwamen was het hostel nog aan het ontwaken en werden wij aangenaam verrast door een lekker ontbijtje. Ze weten daar wat feestgangers nodig hebben na een lange nacht. Onze kamers waren nog niet klaar, dus hebben we in een klein bioscoopzaaltje naar de ´klassieker´ Fast and the Furious 4 gekeken.

De eerste avond waren voornamelijk Nils en Steph wat onrustig, omdat zij niet konden wachten het nachtleven in te duiken. Met Koninginnedag in het vooruitzicht en net een lange busrit achter de rug vonden de dames het handiger om het wat rustiger aan te doen. Sil was drie jaar eerder al in La paz geweest en kende de stad inmiddels op haar duimpje. Haar favoriete restaurant was een Japanner/Thai waar we die eerste avond uiteraard hebben gegeten. Nadat Sil haar buikje vol zat met sushi konden we terug naar Loki. Verbaal hoogtepunt van de avond kwam van Steph die zich in zijn wens om anoniem te blijven in een taxi als ´Peter from Iceland´ voorstelde. We zijn die avond blijven hangen in de bar van Loki en het werd geen latertje.

De tweede dag zijn we gaan rondlopen. La Paz is geen mooie stad, maar het voelt goed en er is veel te zien. Het ligt in een kom en is omgeven door de hoge bergen van de ´Altiplano´. De Illimani torent hier hoog bovenuit en de besneeuwde toppen zijn vanaf meerdere plekken in de stad uitstekend te zien. De vele indigenous die in de stad wonen maken met hun kleurrijke klederdracht en bolhoedjes een mooi plaatje. Op zoek naar een oranje outfit voor Koninginnedag zijn we naar de Witches Market of Mercado de las Brujas gegaan. Hier kun je gedroogde kikkers en lama foetussen voor Aymara rituelen kopen, afrodisiacs, kruiden en heel veel andere toeristische snuisterijen. Het feest vond de volgende dag plaats in het door Nederlanders gerunde Sol y Luna en om wat sfeer te proeven zijn we hier een borrel gaan drinken. Daar kwamen we de Nederlander Paul weer tegen die Steph en Nils ook in Sucre even hadden gezien. Onder het genot van een Heineken en wat bitterballen vertelde hij ons zijn unieke reisverhaal. Hij is op de motor van Alaska naar Ushuaia gereden en heeft onderweg een tweeling bij een Boliviaanse verwekt. In een notendop. Hij is as we speak bezig zijn verhaal op te schrijven en wil het gaan publiceren. We houden het in de gaten. Om nu niet op een houtje te hoeven bijten was hij naar La Paz gekomen om een metaaldetector te kopen en op zoek te gaan naar Spaanse schatten. Hehe. Helaas was de verkoper zonder bericht naar Peru voor zaken, waardoor Paul maar in de kroeg was gaan zitten. Verslaafd aan Aziatisch eten als we zijn, zaten we ´s avonds weer bij een andere Japanner.

30 april, Koninginnedag! Nik, de gezellige Arnhemse barman van Loki, was al vroeg begonnen met Nederlandse muziek (uit de oranje i-pod van Sil!) en oranje alcohol shots. Zo´n beetje iedereen deed mee met de verkleedpartij en het was opvallend dat de Aussies er het meeste werk van hadden gemaakt. Maar die houden wel van een feestje. Dit ontaardde uiteindelijk in een oudhollandsche polonaise. Nadat Nic z´n shift er opzat zijn we met een groep naar de Sol y Luna gelopen voor het vervolg. Daar waren alle Nederlanders in La Paz te vinden wat een vertrouwd gevoel gaf op zo´n 13.000km van huis. Rebecca, het nichtje van Caroline, begon meteen als een ekster met het verzamelen van alles wat oranje was. De haring bleek een paar dagen eerder helaas al te zijn opgegeten op het ambassade feestje, maar dat mocht de pret niet drukken. Het werd een mooie avond met smartlappen, bier, polonaises, goeie slechte gesprekken en een ´after-borrel´ op onze kamer.

Vlakbij La Paz kun je de beruchte mountainbike afdaling op de ´Death Road´ maken, de weg met gemiddeld de meeste dodelijke ongevallen ter wereld. Je begint op 4.500m en dendert de eerste drie kwartier op asfalt langs auto´s en vrachtwagens. Daarna volgt het deel waarbij je de pre-jungle inrijdt op een niet al te brede weg langs op sommige plekken 800m diepe afgronden. Sil had dit al eerder gedaan en bleef in La Paz. Steph en Nils zijn uiteindelijk via het Wild Rover hostel twee dagen na Koninginnedag met Altitude Mountainbiking meegegaan. Een briljante ervaring en lekker om weer ´buiten´ te zijn na een paar dagen feesten in La Paz. De organisatie zorgde ´s ochtends voor koffie en cake, de beschermende pakken en goeie fietsen. Je hebt als Hollander over het algemeen meer fietservaring dan andere nationaliteiten en Steph wilde dan ook voorin mee blijven trappen. Een van de guides gaf het tempo aan, waardoor we bij gevaarlijke bochten tijdig aan de rem trokken, verder ging het aardig hard. Pas naderhand vertelden de organisatie de horrorverhalen over toeristen die de afgrond inreden. Over het algemeen onhandige acties met rampzalige gevolgen. Op een lekke band na ging het verder allemaal prima en zaten we aan het eind van de middag naar de tweede halve finale CL tussen Real en Barcelona te kijken.

Een dag later vertrokken we alweer richting onze laatste plek in Bolivia, Copacabana aan het Titicacameer. Een busrit van zo´n vier uur, inclusief overtocht met pont, bracht ons bij een van de favoriete plekken van Sil. Het Titicacameer, het grootste van Zuid-Amerika, ligt tussen Bolivia en Peru en is op 3.800m het hoogste bevaarbare meer ter wereld. Het dorpje stelt niet veel voor, maar is na de drukte van de hoofdstad een welkome afwisseling. We verbleven in hotel La Cupula, een vrij luxe plek op een helling met uitzicht op het meer en het dorp. Het restaurant van het hotel had een goeie kaart en ´s avonds lag er uiteraard een verse trucha uit het meer op ons bord. De volgende dag zijn we door het dorpje gaan lopen en hebben wederom trucha gegeten, maar deze keer aan het ´strand´. Goedkoop en erg lekker. Daarna naar la Basilica del Nuestra Senora de Copacabana, een voor het kleine dorpje indrukwekkend grote kerk. Onze theorie is dat de Spanjaarden op de voor de Inca´s belangrijke plek (Isla del Sol is vlakbij en is voor de Inca´s de oorsprong van hun geloof) een katholiek statement moesten maken. En dat is gelukt. De kerk heeft twee belangrijke functies: hier huist een afbeelding van de Virgen de Copacabana, de beschermheilige van Bolivia, en op het plein voor de kerk worden nieuw gekochte auto´s en busjes ingewijd voor goed geluk. Wij hadden geluk en liepen vanuit de kerk rechtstreeks in een ceremonie. De ´priester´ was net bezig met zijn gebeden en het busje werd besprenkeld met ´heilig bier´ en er werden rotjes afgestoken. De hele familie was erbij en de kratjes werden uitgestald op het plein voor het busje waar de muziek uitschalde. Ze vonden het wel leuk dat wij geinteresseerd zaten te kijken en er werden over en weer een paar foto´s genomen. Nils was inmiddels ook in Copacabana aangekomen en voor het eten zijn we ´s avonds naar een mooi uitkijkpunt op een heuvel naast het dorp gelopen. Een pittige wandeling op deze hoogte, maar de uitzichten waren de moeite waard. Na het eten gingen wij vroeg ons mandje in, omdat er een wandeling van 18km op het programma stond.

Je kunt vanuit Copacabana direct naar Isla del Sol of je kiest zoals wij voor de wandeling die je naar het dorpje het dichtst bij het eiland brengt, waardoor je nog maar een kort stukje met de boot hoeft. We hadden al wat kilometers in de loopschoenen zitten, dus vol vertrouwen begonnen we aan deze tocht. De natuur op deze route is erg mooi en voert langs kleine dorpjes en landerijen waar men weinig toeristen ziet. Uiteraard wordt er veel gevist en zijn hele families langs het water bezig met het verwerken van de vangst. Het was erg warm die dag en de 18km op hoogte begonnen op een gegeven moment hun tol te eisen. De boxed lunch bracht nog even verlossing, maar we waren erg blij dat we na zes uur bij het laatste dorpje aankwamen. Hier gingen we meteen op zoek naar een boot die ons naar Yumani op Isla del Sol kon brengen. Na een korte onderhandeling vonden wij er eentje, die ons vooraf waarschuwde voor de barre omstandigheden op het water als gevolg van pittige wind. Hij had geen woord teveel gezegd, want we maakten zulke grote klappen op het water dat de horizon soms echt even te lang verdwenen was..
Na deze bumpy ride stonden we op Isla del Sol, volgens de Inca´s de plek waar hun Zonnegod de eerste Inca man en Inca vrouw heeft gecreeerd. Het vooruitzicht om de 210 trappen van de Inca Staircase te beklimmen was geen welkome, maar het uitzicht maakte alles goed. Dit is een mooie en speciale plek en dat voel je als je over het eiland loopt. Daarbij was het uitzicht op de 6.000m hoge pieken van de Cordillera Real fenomenaal. Na een vroege maal zijn we die avond uitgeput ons bed ingekropen. Sil voelde zich toen al niet helemaal lekker, waardoor zij de volgende dag besloot niet mee te gaan op de wandeling over het pre-Inca pad naar het noorden van het eiland. Zij had dit twee jaar eerder al gedaan en zo kon ze een beetje opknappen. Het was een prachtige dag en de wandeling zo niet nog mooier. Aangezien Steph al vroeg met wandelen begon kwam hij amper iemand tegen, behalve de eilanders die op weg waren om aardappelen, mais en andere gewassen te oogsten. Op het noordelijke puntje van het eiland ligt de pre-Inca site Chincana, een indrukwekkende constructie gebouwd door en voor kleine mensen. The Mesa de Sacrificio ernaast werd door de Inca´s gebruikt voor dieren- en (!) mensenoffers. Een prima plek voor wat overdenkingen door Steph. Na nog even het hoogste punt opgelopen te zijn voor wat overzichtsfoto´s ging de tocht terug naar Cha´llapampa vanwaar de boot naar Yumani vertrok, waar Steph Sil weer zou zien. Tijdens het wachten raakte hij nog even in gesprek met twee Belgische dames die hem enthousiast vertelden over hun alternatieve Machu Picchu tocht. Hierdoor zouden we later in Peru een mooi, onverwacht avontuur beleven. Sil was inmiddels een stuk opgeknapt en had twee lieve filmpjes voor Steph opgenomen. De boottocht terug naar Copacabana was gelukkig een stuk rustiger. Eenmaal aan de borrel kwamen we twee oude bekenden die we in Sucre voor het eerst hadden gezien weer tegen, Kirstie en Angelo uit London. Met hun zouden we later nog veel mooie dingen beleven. Maarten die we tijdens Koninginnedag hadden leren kennen sloot ook aan en met z´n vijven zijn we lekker Mexicaans gaan eten. ´s Avonds lagen wij weer in een comfortabel bedje van La Cupula voor onze laatste nacht in Bolivia. De volgende dag nog even naar Manchester-Chelsea gekeken, enthousiast gemaakt door Angelo die een grote Manchester fan is. Door de winst van zijn team stapten we met z´n vieren goedgeluimd in de bus, op naar Peru!

Saturday, August 13, 2011

Week 26/27: Potosi - Sucre (Bolivia)

Op de zoutvlaktes waren we al een beetje aan de hoogte gewend en dat kwam goed van pas voor onze volgende stop Potosi: de hoogste stad ter wereld op 4.200m! Door de aanwezigheid van zeer rijke mijnen (onder meer goud, zilver en nikkel) zijn de Spanjaarden hier in de 17e eeuw naar toe gekomen, hebben de boel overgenomen en de opbrengsten gebruikt om Madrid te pimpen.

Zoals jullie weten hadden we inmiddels een groepje gevormd en met de Australische Caroline en Rebecca en de Engelse Nils zijn we naar ons hostel gegaan. Het centrum is Unesco erfgoed, dus daar zijn we ´s avonds rond gaan lopen en middenin een Katholieke processie terecht gekomen. Levensecht, want we zagen Jezus met kruis lopen die door Romeinen met zwepen werd geslagen. De volgende dag stonden de mijnen op het programma, voor Steph welteverstaan. Sil had het al gedaan en de anderen hadden er geen zin in. Dit was tot nu toe het meest bizarre (in negatieve zin dan) wat Steph had meegemaakt tijdens deze reis. Het is ongelofelijk wat die mannen daar beneden allemaal moeten verduren. Na in een soort brandweerpak te zijn gehezen, begon de tour op de ´minersmarket´ met de inkoop van cadeaus voor de mijners (handschoenen, frisdrank en een 90% alcohol bocht), dynamiet en cocabladeren (la hoja de coca no es droga: het blad van coca is geen drugs..). Om de energie en focus van de mijners te vergroten en het hongergevoel te onderdrukken, kauwen ze voor ze de mijn in gaan een grote cocabal die er voor zorgt dat ze soms wel 12 uur achter elkaar kunnen doorgaan. Nadat wij ook zo´n bal tot ons hadden genomen gingen we voor zo´n twee en een half uur de mijn in. Voornamelijk gebukt liepen we de eerste paar honderd meter toen we de eerste mijners tegenkwamen. Die hadden net een bak met puin gevuld die over rails geduwd moest worden. Steph samen met een Australier waren de grootste, dus die kregen de eer. Na een tijdje geduwd te hebben begonnen de hoogte (hoger dan 4.200m) en een extra gebrek aan zuurstof in de mijn hun tol te eisen en moest er even gezeten worden om op adem te komen. Een ontzettend oncomfortabel gevoel waar de mijners dagelijks mee te maken hebben. Later liepen/kropen we langs een plek waar groene kristallen op het plafond zaten, die Steph natuurlijk even moest aanraken. De guide vertelde niet veel later dat dit arsenicum (rattegif) is dat zolang het niet ingeslikt wordt volkomen ongevaarlijk is.. Onze dynamiet moest uiteraard ook gebruikt worden en waar wij dachten dat dit buiten zou gebeuren, vonden onze guides het leuker om het in de mijn te doen. Nadat de lont was aangestoken kregen wij nog even de kans om foto´s te maken en daarna rende hij weg, kwam weer terug en weer even later werden we de grot uitgeblazen. Voor de explosie moest ik nog even denken aan de Boliviaanse toeristen slogan: Everything is possible, safety not guaranteed. Hierna was de laatste stop in de mijn bij Tio. Hun duivel die ze vereren om rijke aders te vinden en ongeluk te voorkomen. Deze figuur is destijds door de Spanjaarden geintroduceerd om de bijgelovige indigenous (lokalen) aan het werk te zetten. En hoewel ze dit verhaal tegenwoordig allemaal kennen, blijven ze toch geloven in de krachten van Tio. Elke vrijdag zitten alle mijners bij hun respectievelijke Tio hun bocht te drinken en hoe meer er met een karretje naar buiten moeten worden gereden omdat ze niet meer kunnen kruipen, hoe beter, omdat ze geloven dat dit geluk brengt. Toen wij hier waren werd ons verteld dat er afgelopen jaar 22 mijners (voornamelijk de jongeren vanaf 10 jaar) zijn gestorven met als belangrijkste reden het loskomen van giftige gassen na explosies. Ik ben nog nooit zo blij geweest om weer daglicht te zien. Hierna vonden we het wel weer mooi geweest in Potosi en de volgende dag vertrok onze bus richting Sucre, de juridische hoofdstad van Bolivia.

Sucre begon voor Sil helaas wat minder goed en ze moest veel in bed liggen om haar buik wat rust te geven. We zaten weer met Caroline, Becks en Nils in een zeer comfortabel hostel, La Dolce Vita, wat gelukkig bijdroeg aan het beter worden van Sil. De tweede avond heeft Caroline een authentieke Italiaanse maaltijd voorbereid en daar waren we allemaal weer bij. Sucre betekende voor ons de tweede keer Spaanse les tijdens deze reis en we hadden geluk met onze lerares, Yashira, die ons priveles gaf en in drie dagen zelfs aan de verleden tijd toekwam. Het centrum van Sucre is ook Unesco erfgoed en bezat zelfs twee Nederlandse kroegen, dus daar hebben we onze vrije tijd besteed. In cafe Amsterdam kon je zelfs broodjes bal met saté krijgen. Nils vond die zo briljant dat hij ze in London wil gaan introduceren. De laatste dag was de eerste halve finale Madrid-Barcelona die Nils en Steph in Florin hebben gekeken. De pitchers liepen lekker waardoor zij niet helemaal nuchter de bus naar La Paz instapten. Sil was inmiddels helaas weer ziek geworden en de bus had geen (werkend) toilet. Steph moest bijna janken van de drang. Het kostte veel moeite om de bus te laten stoppen (op een plek waar geen wc was) en Steph schoot oudhollandsch uit z´n slof. Nils lag intussen naar de housedeuntjes van z´n broer te luisteren met z´n voeten in de lucht en het volume maximaal. Er moest uiteindelijk een Boliviaanse hoeder van de wet aan te pas komen om de boel een beetje rustig te krijgen in de bus. De volgende dag kwamen we dan ook allemaal een beetje verdwaasd aan in La Paz.

Wednesday, July 20, 2011

Chile & Salar de Uyuni

We verlaten Argentinie via Mendoza en rijden via een indrukwekkende rit midden door de Andes naar Santiago. Daarbij passeren we de hoogste berg van ZA, Aconcagua, bijna 7.000 meter hoog. Daarna volgt de afdaling naar Santiago de Chile dat bijna op zeeniveau ligt. Veel bochten dus, gelukkig hebben we een goede weg en een ervaren chauffeur. Dit is een van de mooiste busritten tot nu toe. Aangezien we ontzettend veel kilometers in de bus maken is het leuk om even uit te leggen wat een busrit voor ons betekent: Het is een rustmoment, even geen mensen ontmoeten, geen beslissingen nemen. Je neemt je vaak voor om eindelijk een stuk verder in je boek te komen, wat te schrijven of je Spaans te oefenen, maar waar het vaak op neer komt is slapen, film kijken, eten, uit het raam staren en weer in slaap vallen. Films kijken betekent snack bag mee. Argentijnse bussen hebben veel nieuwe films, en ze zetten voor de gringo´s Engels geluid of ondertitels aan. Erg goed voor het oefenen van het Spaans. Stewards zijn gek op Angelina Jolie, we hebben nu al 3 keer Salt en The Tourist voorbij zien komen, beide niet te filmen zo slecht, maar wel lekker om te kijken...als je een man bent. Sil sliep dus lekker. We probeerde zo vaak mogelijk de nachtbus te nemen, want dan heb je vaak nog een dagdeel in de plek waar je bent, bespaar je een overnachting en word je wakker in de nieuwe stad, zonder dat je echt merkt dat je 15 uur onderweg bent geweest. Prettig! Reizen met de bus is in Argentinie voor locals en toeristen heel gewoon en daardoor heel ontwikkeld, bijna net zoals bij de luchtvaartmaatschappijen. Er zijn verschillende klasses, steward(essen), eten en drinken aan boord. De business class van de bus heet in Argentinie, Super Cama, dit is feitelijk een bed. En als passagier in deze klasse krijg je champagne voorgeschoteld. Deze plekken zijn vaak 2x zo duur dan een Semi Cama (half bed), dus buiten ons budget, maar omdat Steph bijna 2 meter is en ook slaap nodig heeft gingen wij voor de Cama. Vaak 20 dollar duurder, maar met meer beenruimte en bredere zittingen en aangezien de ritten in Argentinie nooit korter waren dan 20 uur, was dat wel de moeite waard. Echter, wat we inmiddels hebben gemerkt, is dat Steph veel beter slaapt in de goedkoopste plekken...we snappen nog steeds niet helemaal waarom, maar in ieder geval lekker goedkoop.

Santiago slaan we over. Weer een hoofdstad, alleen zonder bezienswaardigheden die echt de moeite waard zijn. Sil is nu al 3 keer in Santiago geweest, zonder het echt gezien te hebben. Vele reizigers zeggen dat het OK is, niet meer dan dat, dus zonde om onze tijd en geld in te verspillen. Dus gaan we rechtstreeks door naar Valparaiso, iedereen is lyrisch over dit stadje aan de kust. Bij vertrek zijn wij dit ook. Het is echt de meest artyfarty stad die we tot nu toe in ZA gezien hebben, overal zie je graffiti, kleine winkeltjes waarin locale kunstenaars hun schilderijen verkopen en creatieven kleding, tassen en juwelen verkopen. Sil kan zich maar moeilijk inhouden met al die bijzonder dingen, ze houdt het even vol, maar uiteindelijk kopen we zoals altijd een koelkastmagneet en koopt Sil oorbelletjes gemaakt van mini dominostenen en een portemoneetje gemaakt van coupeusemeetlint, want ja dat hebben we echt nodig :)
Valparaiso ligt aan de kust met het historische centrum gelegen op zeeniveau en de woonwijken op de heuvels, cerros genoemd. Deze zijn te bereiken met liften en bezaaid met huizen in allerlei kleuren. Vanaf het centrum omhoog kijkend is het een prachtig kleurrijk geheel dat direct een lach op je gezicht tovert. Wij hebben een hostel op Cerro Conception, Casa Valparaiso, met een prachtig uitzicht over de zee en de andere cerro´s. Onze kamer daar heeft een tweepersoonsbed en een stapelbed, lekker ruim dus en ruimte genoeg voor een tasexplosie. Die heeft Sil zo nu en dan, want vaak is er geen tijd of ruimte om al je spullen uit te pakken, en gooi je alles een beetje terug de tas in, waardoor het na een tijdje een chaos is en de tas gewoon moet ontploffen. Opmerkelijk is dat Steph hier geen last van heeft.

In ZA is het heel normaal om warm en uitgebreid te lunchen. Je kunt voor de lunch overal voor zo´n 3 dollar een tweegangenmenu vinden met lekker eten en een drankje erbij, perfect voor ons budget, porties zijn groot en je kunt vaak kiezen uit verschillende voorgerechten en hoofdgerechten om toch niet elke dag hetzelfde te eten. Sil kan in Chile weer eindelijk één van haar favoriete Zuid-Amerikaanse gerechten bestellen, Ceviche. Een visgerecht, vaak met witvis die gegaard is in limoensap met chillies en koriander. Yummmmmmmmm! Echter, het van origine Peruaanse gerecht is door de Chilenen slecht gejat, waar het in Peru grote stukken vis zijn, is het in Chile door de blender gehaald lijkt wel, toch minder vindt Sil, maar wel heerlijk om die smaken weer te proeven, de combinatie is echt goddelijk. Na de grote en goede lunch, en aangezien we een keuken in het hostel hebben, besluiten we te koken die avond, dus op naar de supermarkt. Er is een hypermarkt in het centrum, waar je naast eten ook witgoed en kleding kunt kopen, en ook buitenlandse producten, Sil spot Duitse worstjes en de keuze is al snel gemaakt, Brot mit Wuuuuuuurrrssst! Of wij worst lusten? Jazeker! We kopen er een ui, mayonaise, ketchup en mosterd bij en wat hebben wij gesmuld die avond! Je kunt dat soort simpele gerechten zo ontzettend missen soms en er dan zo ontzettend van genieten.
De volgende avond staat er een BBQ op het programma. Vanaf 21.00 uur, maar naar Zuid-Amerikaanse gewoonte beginnen we uiteindelijk om 22.30 uur. Gelukkig was de Pisco Sour wel op tijd, zodat we in ieder geval in onze dorstige behoeftes konden voorzien. Dit populaire drankje dat bestaat uit pisco (kleurloze cognac), lemon of lime, eiwit, siroop en kruidenbitter is onderwerp van felle discussie, omdat zowel Peru als Chili claimen de uitvinder hiervan te zijn. Peru heeft tegenwoordig zelf een nationale Pisco Sour dag om de claim kracht bij te zetten. De waarheid zal ergens in het midden liggen, ons smaakt het er in ieder geval niet minder om. Nadat de Engelse pubers volledig opgemaakt de stad waren ingegaan, bleven de oudjes, wij dus, achter met onder meer een Amerikaans stel die allebei Nederlandse ouders hebben. Beiden spreken echter geen woord Nederlands en zijn nog nooit in ons fijne kikkerlandje geweest. Het dorp waar ze wonen (aan de westkust van Amerika, vlakbij Seattle) is volgens hun echter een replica van een Nederlands dorp. Om ze een beetje thuis te brengen in onze cultuur hebben we ze een muzieklesje gegeven met onder meer Hazes en wat Nedertechno. Ondanks hun genen begrepen ze het nog niet helemaal, maar ze hebben alles opgeschreven om te downloaden, en oefening baart kunst.

San Pedro de Atacama ligt bijna in Bolivia en dat merk je. Midden in de woestijn, gemaakt van klei en stenen, met uitzicht op de Andes. De sfeer is heel relaxed en het weer lekker. Hier ontmoeten we onze reisvrienden weer en we zitten allemaal in hetzelfde hostel. Gezelligheid! Greg & Kerry uit Australie. Hij een mijner, zij schooljuf, 2 jaar op reis. De mining business in Australie draait als een dolle en biedt voor velen kansen om veel geld te verdienen. We zijn al veel reizigers tegengekomen die op deze manier hun avontuur gefinancierd hebben. Verder Caroline, een succesvolle advocate uit Perth en haar nicht Rebecca, radiotherapeute uit Perth. Nils, de Engelsman die we in Mendoza ontmoet hebben en Rosie, geologe uit Engeland. Caroline heeft tijdens haar reis Steve & Caroline uit Canada ontmoet en Jamie, masseur en een massage frenzie. Met z´n allen een biertje in hostel en daarna eten. Errug gezellig, we drinken veel en op hoogte slaat dat weer aardig in. Nils staat op een gegeven moment op om naar het toilet te gaan, maar hij denk dat ie nog in het hostel is. Er is een groot kampvuur in het midden, die hebben we niet in het hostel, dus hij schrikt zich te pletter en is een paar minuten helemaal gedesorienteerd. Ook bij Kerry en Sil slaat de alcohol snel in, die liggen na 1 pisco sour al helemaal dubbel en schreeuwen in plaats van praten. Gelukkig haalt Steph snel in en waggelen we met z´n allen terug naar huis. Op hoogte ben je sneller dronken, maar ook minder katerig, dus volgende ochtend waren we allemaal redelijk fris en fruitig en gingen we onze tour naar de Valle la Luna boeken.

De vallei om SPdA is een van de droogste plekken ter wereld en is door de jaren heen door erosie gevormd tot een landschap dat veel lijkt op dat van de maan. Een zonsondergang in de vallei is dan ook een must. De tour is wat flauw, voor de zonsondergang doe je nog enkele andere bezienswaardigheden aan, rijden in een busje, uitstappen, lopen, foto maken van rotsen die ergens op moeten lijken, weer in het busje, je kent het wel, maar we lopen wel wat vertraging op en missen bijna de zonsondergang en stoppen hierdoor niet op HET uitkijkpunt, maar ergens random langs de weg. Jammer. Gelukkig komt even later de maan op, een volle maan. Prachtig de roze en paarse avondlucht met een volle maan schijnend over de maanvallei!
Ook boeken we een tour over de zoutvlakten, want dat is uiteindelijk waar we hier allemaal voor zijn, om vanaf SP naar Uyuni in Bolivia over te steken. Sil heeft dit 2 jaar geleden al gedaan en vond dit toen één van de hoogtepunten van de reis en aangezien het maar 150 dollar voor 4 dagen is, volledig binnen budget, ging ze gewoon nog een keer!

De tour begint in San Pedro in Chile en gaat dan over de zoutvlakten naar Uyuni in Bolivia, twee vliegen in één klap dus, tour + grensovergang, en omdat grensovergangen in Zuid-Amerika nog wel eens gevaarlijk kunnen zijn om zelf te ondernemen, is dit dus mooi meegenomen. Vroeg in de ochtend worden we opgehaald en gaan met een klein busje naar de grens van Chile die zo´n 10 minuten vanaf San Pedro af ligt. In het busje ontmoeten we de rest van de groep die meegaat op de tour, opeens is daar Sunitha weer, die kenden we nog uit het hostel in Mendoza. Zij is van origine Indiaans en werkt als designer voor Tommy Hilfiger in New York en heeft ook een zomer op het Amsterdamse kantoor gewerkt, ze is zo gek als een deur. Ze vertelde dat bij vertrek iedereen thuis niet kon geloven dat ze ging backpacken, ze komt namelijk uit een rijk Indiaans gezin en is als prinses grootgebracht, alles werd voor haar gedaan en betaald en was gewend om business class te reizen en de rolkoffer in dure hotelkamers te parkeren. En ook zij was verrast hoe leuk ze het backpacken vond en hoe veel meer ontspannen ze was nu ze niet meer volledig opgedofd en op hoge hakken de hele avond moest namedroppen en cocktails van 20 dollar bestelde. Ze wilde niet meer terug naar die nepheid en had besloten om terug te keren naar India, naar haar roots. Bijzondere dame! Er was ook een Frans gezin mee op de tour, geen woord mee gewisseld in die 4 dagen. Het blijft ongeloofelijk hoe Fransen zich kunnen verheffen boven hun omgeving. Steph poogde contact te maken met de Francaise (verrassend ;)), Buenos dias!, maar nee hoor, niks, noppes, nada, niente terug, alleen zo´n hooghartige blik. Dan niet! Overigens zijn de Fransen samen met de kliekende Israelies de minst favoriete groep reizigers. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar de meeste Fransen spreken gewoon geen Engels en aangezien dit toch de voertaal is onder de mengelmoes aan reizende nationaliteiten, maakt dat het heel lastig om contact te leggen. En Israelies moet je vaak gewoon even benaderen en zijn dan bijna altijd erg lachen, veel gezelligheid en lekker eten. Ook spreken zij, net als de vele Nederlanders, vaak een goed woordje Spaans, wat van veel respect betuigd voor de locale bevolking. Veel native Engels sprekers, die vaak minder gewend zijn om een vreemde taal te leren aangezien ze met hun eigen taal overal terecht kunnen en verwachten dat de ander Engels spreekt, doen namelijk geneens hun best om het te leren. Vaak in gesprek met een local spreken ze het Engelse woord steeds harder uit tot schreeuwens aan toe, denkend dat de mensen doof zijn ofzo, zich niet realiserend dat er ook mensen zijn die geen Engels spreken en bovendien dat Spaans een veel grotere taal is wereldwijd dan het Engels. Idioten!
Na de grensformaliteiten begint de klim naar de Boliviaanse grens, we gaan van ongeveer 2.300 meter naar 4.000 meter in 1 1/2 uur. Dat voel je gelijk aan je hoofd en oren. Maar de klim is alle moeite waard, want bij het eindpunt wacht een ontbijtje en onze mega coole 4x4 Range Rovers. De mannen helpen de gidsen met het inladen, wij zitten in de auto met Greg & Kerry, Nils en Rosie. Rosie en Sil zijn de kleinsten, dus die gaan op de achterbank, waar ze samen veel lol hebben en die ze omdopen tot ´naughty seat´. We krijgen ook onze eigen chauffeur en Nils en Steph spotten al snel de tatoeage op zijn onderarm, een grote gun. De dagen er na verzinnen ze allerlei spannende theorien rondom de tatoo, van mafia tot guerilla. Sil vraagt het de laatste dag aan de chauffeur, hij verteld dat hij in militaire dienst heeft gezeten en dat iedereen daar als aandenken een tatoo laat zetten, niks spannends dus, de jongens zijn enigszins teleurgesteld.

Na 2 uur rijden arriveren we bij de Laguna Colorada, op zo´n 4.200 meter hoogte, een prachtig gekleur meer met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de omliggende vulkanen, midden in een woestijn en omringd door grazende llama´s en Vicunas. De Boliviaanse Altiplano - hoogvlakte- is een bijzonder gebied omdat het ondanks de droogte, kou en hoogte een kleurrijk gebied is, met veel vegetatie, prachtige planten, dieren, hot springs, geisers en lagunas. De volgende stop is Laguna Verde, die door algen in combinatie met de wind groen kleurt. Steph en ik bouwen er een wenstorentje van stenen en doen allebei een wens. Vervolgens stijgen we nog meer en komen we aan bij de geisers waar de stoomwolken vanaf komen en de bijbehorende rotte eieren/zwavellucht. Inmiddels hebben we het allemaal steenkoud, het is op hoogte koud, maar ook het snelle stijgen maakt dat je het koud krijgt, hoofdpijn hebt en heel sloom wordt of bij een lichte versnelling van pas gelijk buiten adem bent. Heerlijk die hoogteziekte! Gelukkig was de volgende stop een hot spring, die vanuit de vulkanische lagen omhoog borrelt met een waanzinnig uitzicht op de lagunas en Andes. Het is daar heel primitief, geen verkleedhokjes, dus iedereen staat daar, zoals vroeger op het strand, met een handdoek om zich heen de badkleding aan te trekken. Mooi tafereel om te aanschouwen, dat gehannes en iedereen wacht natuurlijk op het moment dat iemand in al dat gehannes even vergeet om de handdoek vast te houden. Leedvermaak! Trouwens, alleen de germaanse talen hebben een specifiek woord hiervoor, in het Engels en in de Latijnse talen bestaat er geen woord voor. Typisch!
Twee jaar geleden waren de hot spring ook de plek waar de lunch gegeten werd en we hadden allemaal al flinke trek aangezien het half 1 was, echter om de één of andere reden was dat niet meer zo en aten we pas na aankomst in het hostel rond half 3. Wat jullie moeten weten is dat Sil errug chaggie wordt wanneer ze niet op tijd eet, in combinatie met de hoofdpijn en kou, was ze echt not amused en ging naar buiten om even stoom af te blazen, dat luchtte op en even later arriveerde ook de lunch. Het waren knakworsten met puree en komkommer, totaal willekeurig , maar het smaakte zo ontzettend lekker als je zo´n honger hebt! Na de lunch vertrokken we naar de Laguna Roja waar de flamingo´s wonen. Flamingo´s?? Ja, flamingo´s! Het is zo onverwacht dat ze daar in de kou op die hoogte voorkomen, je stelt ze voor in de hitte van Miami en Afrika, maar omdat er hier weinig natuurlijke vijanden zijn, komen ze om te broeden. Prachtig gezicht! Greg ontpopte zich dan ook tot ware vogelaar, inclusief megazoomlens, safarihoedje en sandalen met sokken!
Na het avondeten kwam de rum die we hadden meegenomen als aperatief op tafel, Nils mixte wat cuba libres voor iedereen en de Uno games konden beginnen. Rosie is uno veteraan en kent alle regels uit haar hoofd. Tot ergenis van Nils die af en toe de regels probeerde te verruimen. Rosie liet dit niet toe en een strijd was geboren, de komende dagen waren zij Uno vijanden. Hilarisch! Wij speelden de versie met de snap-optie, SNAP! Sunitha had haar rode handschoenen voor de kou aan en die bleven van alle kanten als rode lappen op de tafel slaan. SNAP!
We sliepen met z´n allen op 1 kamer op stenen bedden met een goed matras en 5 dikke dekens, later begrepen we waarom. Op 5.000 meter hoogte wordt het ´s nachts heeel koud, een paar graden onder nul. Sil sliep zelfs met haar wollen muts op. Wat de hoogte nog meer met je doet is je spijsvertering opjagen en aangezien de toiletten nogal provosorisch gebouwd waren, raakte die al snel verstopt. Om het half uur werd de senora weer geroepen om een toilet te ontstoppen. Ook Steph moest er ´s nachts uit, maar Bolivianen zijn niet zo groot, en Steph sliep nog half, dus stoote hij keihard zijn hoofd tegen de stenen bovenkant van de deur en werd het hostal gewekt door een keiharde schreeuw gevolgd door kak, godver teringzooi! Vanaf toen zei Nils steeds ´Kak´ als er iets mis ging.

De tweede dag begon vroeg met een uitzichtspunt over de Laguna Roja, waar de mist nog overheen hing en de flamingos net ontwaaakten. Prachtig! Volgende stop was Piedra del Arbol, een verzameling stenen die door zanderosie bijzondere vormen hebben aangenomen. Een aantal ervan wordt ook de Dali stenen genoemd, als hij dat wist zou hij zich omdraaien in z´n graf. Nils en Steph klommen op een hoge steen. Drie wat jongere gasten zagen dit en moesten zich ook bewijzen. Vol testosteron uitblazend gingen ze de steen te lijf. Alleen had 1 van hen of te veel gegeten of een te kleine broek gekocht, de laatste stap was namelijk nogal hoog en hij kreeg z´n been niet omhoog. Het gehannes duurde 5 minuten en het testosteronniveau was inmiddels het ultieme dieptepunt genaderd en zijn twee vrienden grepen hem van alle kanten vast om omhoog te trekken en de hele scene eindigde brokebackmountain-ig.
Daarna reden we richting Uyuni, we moesten helaas de Isla de los Pescadores (Visserseiland) overslaan. Dit is een eiland midden op de zoutvlakte bezaaid met cactussen en omringd door helemaal niets meer dan eindeloze uitzichten over de Salar. Aangezien wij net aan het einde van het regenseizoen zaten lag er nog te veel water op dat gedeelte waardoor het gevaarlijk is om overheen te rijden. Een week ervoor waren er twee 4WD vast komen te zitten, levensgevaarlijk omdat er geen radiocontact mogelijk is, ze waren net op tijd gered. De weg naar Uyuni is lang en adembenemend. We reden door een opgedroogde rivierbedding tussen grote rotsen door waar het ijs nog op de grond lag. Het zonnetje scheen iedere dag, maar door de hoogte bleef het erg koud.

Hoe dichter we bij Uyuni kwamen hoe meer de vergezichten werden opgebroken door kleine dorpjes, grazende lama´s en quinoavelden. Een lokale graan die geel, rood en groen is en de omgeving een prachtige kleur geeft (deed me aan de tulpenvelden in NL denken). We stopten in een dorpje om te tanken en daar waren ze weer, Sil´s favorieten, de indigenous. 70% Van de Boliviaanse bevolking leeft nog steeds volgens de inheemse tradities. Dichtbij de natuur, familie gericht, veeteelt en weven. Je herkent ze gelijk, breedvallende rok in felle kleuren over de knieen, hoge sokken, trui, bolhoed, een gekleurde doek om de schouders gebonden gevuld met van alles en nog wat, maar meestal een kind, twee lange zwarte vlechten, rode wangen en een grote glimlach met afhankelijk van de welvarendheid een goude tandhuls. De dames zijn vlijtig en verkopen altijd iets, van sokken tot vruchten en van USB sticks tot hamburgers. Geboren ondernemers en de kids gaan gewoon mee. Die hangen of in de doek op de rug, of staan naast de rok van mama. En wij heben nog nooit zulke zoete kinderen gezien. Ze kijken, observeren en stelen de harten van de reizigers. Doe ons zo´n kind! Sil was helemaal blij om weer terug te zijn in Bolivia, samen met Argentinie haar favorieten van de vorige keer. Uyuni is een zielloze stad gevuld met backpackers, dus veel restaurantjes, pizzeria´s en internetcafés. Wij kochten er gelijk een busticket naar Potosi voor de dag dat we terug waren van de tour, want er waren stakingen van de leraren waardoor het transport al 2 weken stil stond en die dag eindelijk opgeheven was. Er wordt veel gestaakt in Bolivia, vaak met succes, het lijkt Belgie of Frankrijk wel. Naast de pinautomaat zagen we de Extreme Fun Pub, dat klink iedereen als muziek in de oren en 10 minuten later zaten we aan het bier. Met Jamie, want die kwamen we bij de pin tegen, en die lustte na de massage-train ook wel een biertje. De pub hing vol met de alombekende perspectief foto´s. Omdat de salar zo vlak is en uitgestrekt kun je wat optische illusies creeren en de Gringo´s verzinnen de gekste dingen. We deden wat inspiratie op voor de volgende dag. Na het eten nog een spelletje Uno, alleen stond om de een of andere reden bij de kerk achter ons hostel keihard de speakers aan die keiharde gospelliederen uitgalmden en door de slechte speakekwaliteit ging dit gepaard met een krakend geluid. Onze gids zei dat het tot half 9 zou duren, maar het ging door tot half 11.. Wij konden op een gegeven moment niet meer nadenken van de herrie en moesten schoorvoetend ons spelletje stopzetten en gaan slapen. Geen overbodige luxe, want de volgende ochtend moesten we om 5 uur klaarstaan om de zonsopgang op de zoutvlakte mee te maken. Aangezien we de middag ervoor een flinke discussie met onze chauffeur hadden. Wij moesten ineens kiezen tussen zonsopgang zonder lunch of geen zonsopgang met lunch, terwijl we voor beide betaald hadden, een oneerlijk manier van de chauffeur om extra geld te verdienen en Sil ging in het Spaans de discussie aan en wist het voor elkaar te krijgen. De chauffeur was not amused en wij vermoeden dat ie daarom een half uur te laat kwam en ons in het donker en de kou had laten staan voor wraak. We misten ook bijna de zonsopgang. Bijna. Het gekke is dat als hij dit niet gedaan had, zijn fooi een stuk hoger was geweest op het einde dan de besparing op de lunch.
De zonsopgang was fantastisch, ijskoud! We renden rondjes en sprongen rond om onszelf warm te houden. Greg ging als echte Aussie prat op het dragen van open schoeisel. "I hate shoes", een typische opvatting van Austaliers, hij bezit letterlijk ook geen schoenen. Allemaal leuk en aardig in het altijd warme Down Under, maar op 4.000m hoog in de ijzige ochtendkou vande Andes geen overbodige luxe. Maar Greg gaf geen sjoege, gewoon zijn open sandalen aan, echter wel met sokken tegen de kou. Op de zoutvlakte lag echter een paar centimeter zout water die zijn sokken maar al te graag opslurpten. Na een half uur waren de sokken doorweekt en bestrooit met zout. Iedereen klaagde over de kou, behalve Greg, want toegeven dat schoenen nodig zijn, never! Na de zonsopgang gingen we naar het zouthotel, volledig gemaakt van zout. Voorheen kon je daar logeren, maar dit leverde teveel vervuiling op, dus nu kan je het alleen nog bezoeken en wij hadden daar ons ontbijt met pannekoeken!! Yumm! Na het ontbijt stonden de perspectieffoto´s op het programma. We hebben zo´n 2 uur lang van alles uitgeprobeerd, de Toblerone en Steph de Reus (GVR). Sil was de expert en lag uren opde grond om alle foto´s te maken. Ook bij de kleine vijver naast het zouthotel maakten we wat reflectiefoto´s. YMCA, BOLIVIA, gespeld in mensen. Je kon wel zeggen dat we on a creative roll waren :).

De tour zat er op en we hadden nog een avond in Uyuni. Het was Nils z´n verjaardag, hij werd 33, dus gingen de dames (typisch :)) op pad om een kado te kopen. Een waterfleshouder en Zuid-Amerikaans Adidas t-shirt (is cocas ipv Adidas). We begonnen met pizza en zingen aan een volle tafel. Daarna hadden we zin in Pisco Sours. Het duurde zo´n 20 minuten voordat ze arriveerden. Er moest namelijk Pisco gekocht worden. Dit gebeurt wel vaker in restaurants, na de bestelling zie je ineens een werknemer de toko uitrennen om een deel van je bestelling te kopen. Optimale inkoopstrategie. Na een paar slokjes bleken het Plastic Sours te zijn, er zaten namelijk redelijk grote stukken plastic in. Vriendelijk ging Sil dit de barman vertellen en vroeg of we 4 nieuwe andere cocktails konden krijgen. Alle 4 werknemers van de bar gingen toen in topoverleg. 10 Minuten later zaten we nog steeds aan tafel zonder drankjes, Nils en Steph stonden op springen en ineens was er weer beweging in het topoverleg. Er werd gerend en gepraat en we zagen eieren voorbij komen, die gaan in de Pisco Sours, dus Sil weer in de benen om ze duidelijk te maken dat we niet meer piscos wilden maar andere cocktails. Dit was geen optie, wij vertrokken 1 uur later gefrustreerd en zonder drankjes. Eigenlijk wilden we allemaal stiekum naar bed, ook Nils gaf hij later toe, maar je verjaardag moet je altijd vieren en Rosie vertrok rond 23 uur met de trein en we wilden haar uitzwaaien. Maar we konden niet meer, waren heel vroeg opgestaan en hadden op de zoutvlakte en door de reflectie teveel zon op onze koppies gehad. Onze gezichten stonden in vuur en vlam en onze lichamen waren ijskoud door de hoogteziekte en de vermoeidheid. We wilden Rosie en Nils echter niet in de steek laten en bestelden allemaal een gezellig kopje thee. En Nils besloot z´n b´day feest uit te stellen tot La Paz. We zwaaiden Rosie uit en vielen als een blok in slaap.

De Atacama woestijn en Salar de Uyuni zijn de meest unieke landschappen die we gezien hebben. en wat een geweldig begin van een nieuw land. Bolivia is een land van superlatieven! Volgende stop de hoogste stad van de wereld, Potosi!